Pagina's

maandag 31 december 2012

♡ Kleurrijk door de kou


Een wandeling na de storm

Mijn laarzen in de bijkeuken staan stijf van de kou. Brr, toch maar even bij de verwarming zetten. Ik wil ze straks aantrekken om een frisse neus te halen.

Mijn nieuwe paarse jas trek ik met een glimlach aan. Hoe durf ik een PAARSE jas te kopen? Het lijkt wel alsof het me niet meer zoveel kan schelen wat anderen ervan vinden. Zó, dat heb ik toch maar geleerd door de moeilijke periode van het afgelopen jaar heen. Alles is zo betrekkelijk. Geen zwarte jas deze keer, maar een knalpaarse, prachtig, en extra bijzonder omdat hij in de aanbieding was. ;-)

Ik trek mijn kraag omhoog, sjaal om, handschoenen aan, en stap fier mijn tuinpad af. Er loopt niemand; het is immers veel te koud. Maar ik voel me fit en wil even de wind door mijn (nep)haar voelen. Onder mijn pruik verschijnen langzaamaan nieuwe, zachte haartjes. De kleur is wat vaag, maar dat is straks te verhelpen. Mijn nagels krijgen langzaam hun oude kleur terug, mijn ogen beginnen weer een beetje te stralen.

Even voel ik een geluksmoment, alsof het een knipoog is van mijn Hemelse Vader. Een ondeugende drang komt naar boven om in de plassen te springen, net zoals mijn dochters vroeger deden als we de hond uitlieten. Ik kan me beheersen en geniet volop; vandaag is mijn energiepeil hoog.

Als mijn rondje van een kwartier bijna voorbij is, krijg ik toch last van mijn rug en ben ik blij dat ik bijna thuis ben. Tijd voor koffie, heerlijk in mijn warme huisje.

De afgelopen weken, na mijn laatste kuur in november, had ik totaal geen energie en nauwelijks puf om een nieuw bericht te plaatsen. Een boodschap doen was al een hele belasting. Het plezier van met mijn dochter even gaan winkelen werd verstoord doordat ik overal moest zitten; mijn benen voelden als lood. Niet alleen mijn lichaam raakte op, ook mijn positief denken kwam in de knel.

Gelukkig gaat het de laatste dagen echt beter, en daarom zit ik nu achter mijn laptop. Tijd voor een nieuw bericht.

Slotwoord:
Ook al waren er dagen van moeheid,
Soms stormachtig, onzeker, vandaag voel ik me fier en levendig. Het leven stroomt weer, stap voor stap, kleur voor kleur, en ik ontdek dat zelfs in de kou de warmte van hoop en herstel altijd dichtbij is.






zaterdag 8 december 2012

♡ Lege handen

Vandaag is het drie weken geleden dat ik mijn laatste kuur heb gehad.
Ik hoef gelukkig niet meer naar het ziekenhuis. Geen nieuwe klap, maar rust.

Wat vallen mij deze laatste kuren tegen.
De vermoeidheid voelt als totale krachteloosheid.
Afgelopen woensdag moest ik naar de bedrijfsarts.

Onderweg brandden de tranen al in mijn ogen. Wat moet ik vertellen, hoe zal het gaan?
Een nieuwe arts… weer een onbekende.
In de wachtkamer neem ik een cappuccino. In mijn hand een zakdoek – mijn ogen blijven maar tranen.
Make-up kan de vermoeidheid niet meer verbergen.
Ik probeer een tijdschrift te lezen. Mijn blik valt op een kop: “Tatjana komt opnieuw in de Playboy…”
Tja.
“Mevrouw van Halsema, komt u maar binnen.”
Ik neem mijn cappuccino mee en laat Tatjana voor wat ze is.
Als de arts vraagt: “Hoe gaat het nu met u?” begin ik te vertellen.
“Ik rolde er best goed doorheen en dacht: ik ben er bijna… maar dit valt me zo tegen.
Ik voel me zo slecht en zie er slecht uit.”
Ze kijkt me aan en zegt: “Ik weet natuurlijk niet hoe u er normaal uitziet…”
Ik moet lachen.
“Normaal probeer ik er goed uit te zien,” zeg ik, “als een optimistische, krachtige vrouw, met glanzende ogen. Iemand die blij is… en gewoon oma is.”

Dan breek ik.
“Ik ben zo vreselijk moe.”
De arts kijkt me begripvol aan.
“Het is volkomen normaal,” zegt ze. “De laatste kuren zijn vaak het zwaarst. Je moet nu echt alleen maar voor jezelf zorgen. Dit hoort bij het proces. Het kost tijd. Nu begint ook de verwerking.”
Pfff… oké. Het is dus normaal.
Maar het voelt alsof ik met lege handen sta.

Donderdag lag er sneeuw. Prachtig… maar ik had geen puf om mijn pad te vegen.
Ik voelde me bijna schuldig tegenover de postbode.
Vrijdag was Jan Peter vrij en hij veegde de sneeuw voor me weg en deed wat klusjes.
Daar werd ik zo blij van.
Wendy ging met me mee boodschappen doen – alleen lukt het me niet.
En Floortje… die is als een batterij voor mij.
Kleinkinderen… ze blijven energie geven.
Gelukkig gaat het elke dag een klein beetje beter.
En over een half jaar… ben ik hopelijk weer de oude.
Ik vertrouw daarop. 



 


vrijdag 23 november 2012

♡ Chemokuur 6, de laatste !!



Maandagmorgen werd ik wakker van het zoemen van mijn wekker.
Ik druk hem uit… het is nog zo vroeg.
Als ik het gordijn een stukje opzij schuif om naar buiten te kijken, ben ik verrast.
“Ach…” fluister ik, “wat mooi.”
Alles is wit, het heeft gevroren. Zelfs mijn auto is helemaal bevroren.
Brr… ik hoef niet te krabben om naar mijn werk te gaan.
Hoewel ik dat natuurlijk veel liever zou doen dan mijn laatste chemokuur ondergaan.
Heel gemeen misschien… maar ik kruip nog even onder de wol.

Als ik me klaarmaak en in de spiegel kijk, zie ik het:
ik ben moe.
Zelfs met make-up en mijn pruik ben ik niet de oude Carolien.
Geen visitekaartje voor achter de receptiebalie bij In de Bres.
Gelukkig zitten daar andere prachtige vrouwen.

Beneden maak ik mijn ontbijt klaar. Tijdens het maken van mijn budwigpapje hoor ik de eerste berichtjes al binnenkomen.
Mailtjes, appjes… reacties op mijn blog.
Wat een techniek.
En wat bijzonder dat mensen zo vroeg aan me denken – en voor mij bidden.

Ik neem mijn medicijnen en ga zitten met een kop koffie.
Even tijd met God.
Mijn bijbeltje ligt voor me, gehavend, vol ezelsoren en onderstreepte teksten.
Dat boek is als brood voor mij.
Als mijn ziel honger heeft, pak ik Zijn Woord.

Voordat ik naar het ziekenhuis ga, rijd ik nog even met mijn zus Anita langs de winkel om wat lekkers te halen voor de zusters.
Het is immers een beetje feest vandaag… mijn laatste chemokuur.
Fennie is er weer. Dat voelt vertrouwd.

Het infuus zit in één keer goed. Geen pijn.
Wat ben ik blij.
Dinsdag word ik wakker met vuurrode wangen – een bijwerking van de chemo.
Ik zie eruit als een gezonde boerendochter.
Toch voel ik me goed genoeg om even een boodschapje te doen.

Woensdag komt de keelpijn en lichte hoofdpijn.
Donderdag volgt de spierpijn… mijn hele lichaam doet zeer.
Ik ben gewoon helemaal op.
Maar… het zit erop.
Niet over drie weken weer.
Mijn collega’s zeiden steeds: “Je kunt het.”
En ze hadden gelijk.
Het is me gelukt. 


Psalm 119:105
Uw woord is een lamp voor mijn voet
en een licht op mijn pad.

maandag 19 november 2012

♡ Met groene nagels naar de finish




Het is zover… mijn laatste chemokuur. Niet helemaal fris en fruitig, maar met groene nagels en een flinke dosis doorzettingsvermogen ga ik ervoor.

Maandag 19 november 2012 om 11.00 uur: mijn zesde chemokuur… mijn laatste. Yes!

De bijwerkingen van de vijfde kuur zijn nog duidelijk aanwezig. Vermoeidheid waar je “u” tegen zegt en… groene nagels. Ja echt. Geen groene vingers (die had ik al 😉), maar groene nagels. Het blijft bijzonder wat zo’n lichaam allemaal doormaakt.

Mijn ogen tranen regelmatig en zien er moe uit. Mijn wenkbrauwen zijn een beetje op vakantie en mijn mascara doet dapper zijn best om nog iets van charme terug te brengen.

Blij dat ik een vrouw ben en dit soort hulpmiddelen heb.

En dan de voordelen: geen ongewenste haartjes meer, nergens. Mijn hoofdhuid glimt gezellig mee onder de douche. Alles went… zelfs een kaal hoofd. Echt geschrokken ben ik er nooit van, maar ik kijk er wel naar uit dat het weer terugkomt. Scheelt voorlopig wel in de kapperskosten.

Woensdag was ik bij vrienden. Marianne had heerlijk gekookt en samen met Wim zat ik aan tafel. Eten, warmte, vriendschap… wat kan een mens daar van opknappen.

En toch… het blijft wisselen. Het ene moment voel ik me sterk, het volgende moment ben ik helemaal leeg. Vanmiddag was zo’n moment. De afgelopen dagen waren emotioneel en dat hakt erin. Die vermoeidheid is zo machteloos. Ik wil er niet aan toegeven… maar soms moet dat gewoon.

Er kwamen wat tranen. Gelukkig was Wendy er, mijn jongste, en ze was precies wat ik nodig had.

Morgen de laatste kuur. Willen jullie voor me bidden? Dat alles goed mag gaan en dat de bijwerkingen meevallen.

Het blijft zo bijzonder hoeveel mensen met me meeleven.
Ik voel me gedragen. Echt gedragen. Dank jullie wel.

Ik ben er nog niet helemaal, maar dit hoofdstuk mag ik afsluiten. In het begin was ik zo bang voor de chemo… echt bang. Ik dacht: dit overleef ik niet. Maar achteraf moet ik zeggen dat het me, stap voor stap, toch gegeven is en dat het te doen was. Gedragen, stap voor stap, tot aan de finish.

zaterdag 3 november 2012

♡ Chemokuur 5

Zaterdagmorgen, half 9, trek ik de gordijnen van mijn slaapkamer open. Het is rustig buiten. Grijze wolken schuiven langzaam langs elkaar heen. Wat liggen er al veel bladeren op de grond! Het is een schilderij van kleuren. Wat zal ik vandaag eens gaan doen? Eerst maar even onder de douche.

Na mijn ontbijt neem ik plaats aan mijn grote eettafel, mijn voeten lekker op de verwarming. Ik pak het kalendertje van Max Lucado en lees de dagtekst. Daar moet ik even over nadenken.
Mijn blik valt over mijn tuintje: de eenjarige bacopa doet nog zo vreselijk zijn best. Ondanks dat ik er niks aan doe, heeft het witte plantje een enorme aantrekkingskracht op mij.

Gisteren kreeg ik van Frits en Froukje een mooie bak met winterviolen. Heerlijk, ik hoop dat ze de hele winter bloeien.
Ik zoek inspiratie voor dit nieuwe bericht; er is zo weinig gebeurd de laatste week.

Oeps, toch wel: maandag had ik mijn vijfde chemokuur.
Ik was de eerste dagen vitaal, maar woensdag kwam de man met de hamer. Ze hadden me gewaarschuwd dat de bijwerkingen pas een paar dagen later zouden optreden, maar het is raar: je verwacht het dan gewoon niet meer.

Woensdagavond deed mijn hele lichaam pijn en de hele nacht had ik bonkende hoofdpijn. Ook donderdag was zwaar. Ik voelde me alleen en begin te ontdekken dat het bij het proces hoort. Niemand is daar schuldig aan, alles begint gewoon te worden. Zelfs ik begin eraan te wennen dat het stil wordt om mij heen. Ja, zo werkt het: een knokpartij die alleen jou aangaat.

Uiteindelijk belde ik mijn zus of ze langs wilde komen. Ook zij is alleen en weet heel goed hoe dat voelt.
In dit proces mag ik leren relativeren: wat deed ik voor een ander toen ik gezond was? Ging ik bij zieken op bezoek? En dan kom je tot de ontdekking dat ik daarin ook tekortgeschoten ben.

De verwoestende kracht van zelfmedelijden, die je niet verderbrengt als je denkt “laat mij maar, ik kruip weg in mijn kooitje”, vraagt dat je jezelf een schop onder de kont geeft en zegt: Vooruit, Carolien…

Dus ik kroop op de fiets en haalde garen. Ik ga iets moois maken voor mijn dochter in Zeeland, die altijd zo brocant bezig is en alles wat gehaakt is een bijzondere plek geeft. Of voor mijn andere dochter, die graag gehaakte bloemetjes op truitjes wil voor de kleine meid.

Onderweg kom ik allerlei bekenden tegen, die me aankijken, zelfs nakijken. Blijkbaar begin ik er toch anders uit te zien… geeft niks.
Dan zie ik een moeder lopen met een kind in een rolstoel, zwaar gehandicapt. In haar ogen zie ik wanhoop en eenzaamheid. Wat is het toch raar hoe je weer met beide benen op de grond komt te staan als je ellende ziet die zwaarder is. Als ik de moeder en het kind laat voorgaan in een winkel, kruisen onze blikken elkaar; ik lach naar haar en bid in gedachten voor moed en vreugde voor hen.
Onderweg naar huis besef ik: het gaat helemaal niet zozeer om mij.
Als ik mijn tuinpad op fiets en de bacopa zie bloeien, en mijn warme huisje binnenstap, is mijn gevoel van zelfmedelijden verdwenen als 






zondag 28 oktober 2012

♡ Thuiskomen bij Hem

Zondagmorgen
Ik zit in mijn nachtkleding voor de tv. Family 7 is mijn favoriet.
Even niet naar de kerk, ben te moe.

Mijn gemoed is onrustig en wiebelig. Mijn batterij begint wat leeg te raken.
De herfst heeft nooit zo’n goede invloed op mij.

Achter het glas is het prachtig. Een stralend blauwe lucht. De zon schijnt.
Gele bladeren dwarrelen door de lucht en laten zich meevoeren door de wind.

Ik sluit mijn ogen en bid zachtjes:
“Heer, alstublieft… zegen mij.”

De stemmen van prachtige mensen uit het programma Homecoming vullen mijn kamer.
En niet alleen mijn kamer… als een oceaan stroomt het mijn ziel binnen.

Stralende mensen, stemmen als nachtegalen.
De hele crew is in Israël en laat indrukwekkende beelden zien van Jeruzalem.
Het is mijn hartsverlangen om ooit naar het land te gaan waar Jezus heeft rondgelopen, mensen heeft genezen, heeft geleden en is gestorven… en weer is opgestaan.

Een uur van aanbidding.
My God is an awesome God.

Het heet niet voor niets “Homecoming”.

Het is thuiskomen bij Hem…
Die alles geeft wat ik nodig heb.

De herfst voelt ineens weer een beetje als lente.


zaterdag 27 oktober 2012

♡ Behoed mij van treurnis

Hoe herfst in mijn lijf plaatsmaakt voor het voorjaar van hoop. 

Donderdag 26 oktober rij ik naar het ziekenhuis voor de vijfde chemokuur. Het regent, bladeren vegen over de voorruit. Het is herfst, ook in mijn lijf; mijn kracht lijkt af te nemen.

In het laboratorium mag ik voor. De zuster zoekt een ader, de rechterarm kan niet meer, die is aangetast door eerdere chemo. De linkerarm doet dienst, bloed wordt afgenomen en naar het lab gebracht. Een uur wachten op de waarden, spannend zoals altijd. Treurige muziek klinkt op de achtergrond… waarom niet iets vrolijks?

Tegenover mij hangt een rek vol lectuur. Ik pak KRACHT. Op de voorpagina: “BEHOED JEZELF voor treurnis, sta stil bij al het MOOIE.” Een man met één been vertelt over botkanker en de onzekerheid die het brengt. Een jonge vrouw met uitgezaaide kanker staat op een andere pagina; onderaan lees ik dat ze overleden is. Hoezo behoeden voor treurnis?

“Hallo Carolien,” roept Marja. Ze heeft mij toen het slechte nieuws verteld en leeft altijd mee met warmte en eerlijkheid. Zij is een zegen.

Het goede nieuws: mijn bloedwaarden zijn prima. De kuur gaat door. De week ging goed, bijwerkingen zijn te doen. Vermoeidheid blijft, maar langzaam leer ik mijn grenzen kennen. De oncoloog zegt: “Je lichaam is constant met een marathon bezig.” Langzaam accepteer ik de herfst in mijn lijf, maar ik weet dat er weer een voorjaar komt
Dat behoedt mij van treurnis
Mattheüs 5:4 –
"Zalig zijn zij die treuren, want zij zullen getroost worden."





                           

dinsdag 23 oktober 2012

♡ Singel in de strijd tegen kanker


Voor de alleenstaande vrouw die borstkanker doormaakt

Ik doe alles alleen, van het huishouden tot de afspraken bij het ziekenhuis. Het is best een struikelpad, emotioneel zwaar, en soms voel ik me ontzettend kwetsbaar. Er is niemand die ’s ochtends koffie brengt of helpt met douchen of even naast mij kruipt in bed, op momenten als het even niet meer lukt. En toch ga ik door.

Gelukkig zijn er lieve mensen om me heen. Dochters die willen helpen, mijn zussen die mee gaan naar misselijkmakende afspraken in het ziekenhuis. Vriendinnen die bellen, bloemen sturen, of gewoon even luisteren. Familieleden die meeleven, een moeder van 85 jaar oud die mijn tuin doet.  Die momenten zijn als ankers in de storm; ze geven me steun, zelfs als ik fysiek alleen ben.

Ik laat mezelf voelen wat ik voel, huil als het nodig is, en probeer ook kleine dingen van het leven te grijpen. Een wandeling, een zonnestraal, het lachen van mijn kleinkinderen. Ik ben moe, soms wankel, maar ik ben er nog steeds. En met God naast me voel ik me gedragen, zelfs als ik alles alleen moet doorstaan.

Voor andere alleenstaande vrouwen: voel je niet schuldig als je soms even niet kunt. Het is oké om je grenzen te kennen, en het is helemaal oké om hulp aan te nemen, of een extra knuffel te ontvangen ook al denk je soms " laat me alleen", want zwak zijn is soms ook best lastig. 😄

Single zijn is niet zielig, ik heb een geweldig leven. Maar tijdens ziekte is het een vergrootglas op het alleen zijn, en het is soms zwaar, het is eng, het is verdrietig. Maar ik kan het. En jij kan het ook. 

Eén stap, één ademhaling tegelijk.

vrijdag 19 oktober 2012

♡ Fysiotherapie patiënt oncologie

Sinds kort ga ik naar een fysiotherapiegroep voor oncologiepatiënten. Twee keer per week een uurtje werken aan je conditie. 

De eerste keer dat ik mee mocht doen, werd mijn hartslag geregeld gecontroleerd – alles goed, gelukkig. Toch moest ik eerder stoppen dan verwacht.
"Je doet teveel je best," zei onze juf Rienke. "Je wordt zo wit, stop maar."
Pfff… dat viel me toch tegen. Ik ben zo snel moe.
"Elke dag een kwartiertje lopen is ook heel goed voor je," voegde ze toe.

Dus dat doe ik nu: elke dag een kwartiertje in mijn mooie natuurgebiedje achter het huis.
Vandaag was het weer zover. Ik haal diep adem en snuif de heerlijke herfstgeuren op. De schelpjes onder mijn voeten knarsen zacht, en met stevige stappen loop ik over het schelpenpad. Aan de rand van het pad zie ik plotseling paddenstoelen uit de grond schieten, alsof ze uit het niets verschijnen.

De bomen geuren en het is bladstil. Vuurrood en goudgeel kleuren het landschap en vertellen dat het herfst is. Elk seizoen heeft zo zijn eigen charme. Even verderop zie ik een egeltje schuifelen; snel duikt het in zijn holletje. Zal niet lang meer duren, denk ik, dan houdt hij zijn winterslaap. Zo’n wonder van God, onze Schepper, dat Hij dit in de natuur heeft gelegd.

Er komt een dame aan met een loslopende hond. Enthousiast rent hij op me af. Brr… niet mijn favoriet. "Hij doet niks," roept de dame. Tja, dat zeggen ze allemaal, denk ik bij mezelf. Gelukkig rent hij snel weer weg.

Ondanks de kleine schrikmomentjes geniet ik van de luchten, geuren en kleuren, maar ben ik ook blij als ik weer thuis ben. Eerst even rusten. Mijn lichaam vertelt me dat dat nodig is – een hele kunst, maar een must.

Deze kuur ben ik helemaal niet misselijk geweest, maar ik heb wel last van griepachtige klachten: spierpijn, een gekneusd gevoel in mijn ribben, tintelingen overal.

Mijn wenkbrauwen en wimpers zijn niet meer wat ze waren, en mijn ogen sprankelen niet zoals vroeger… een beetje jammer. En de vermoeidheid… tja, dat is echt een verhaal op zich.

Elke middag even rusten is een noodzaak. Mijn hoofd wil soms wel, maar mijn lichaam zegt: nee.
Dus dat kwartiertje lopen doe ik dagelijks. Het is niet veel, maar het is genoeg. En dat is oké.

donderdag 11 oktober 2012

♡ Fris en fruitig...niet altijd


Fris en fruitig… en gedragen

Misschien een beetje veel, drie berichten in één week… maar dit wilde ik nog even delen.

Op mijn werk was er vroeger één zin die vaak voorbij kwam.
’s Morgens vroeg kwam Ingrid, onze leidinggevende, binnen met een brede glimlach en zei:
“Allemaal fris en fruitig?”

Eerlijk gezegd kon ik daar niet zo goed tegen.
Fris, ja… dat moest ook wel als receptioniste. Maar fruitig? ’s Morgens?
Laat mij eerst maar even rustig wakker worden.

Toch hield Ingrid het enthousiast vol…
Tot ze Sarah werd en wij haar overspoelden met alles wat maar “fris en fruitig” was.
De boodschap was duidelijk 😉
Ze heeft het daarna nooit meer gezegd.

Ik moest hier ineens aan denken toen ik iets tegenkwam…
en niet veel later gebeurde er iets wat me diep raakte.

In ons personeelsblad stond mijn naam.
Met grote letters.

Een wandeltocht… voor mij?

Met ontroering las ik dat collega’s een wandeltocht organiseerden voor mensen met borstkanker —
en dat ze mij daarin meenamen.

Zomaar.
Omdat ik één van hen ben.

Wat een liefdevol gebaar.

Als mijn gezondheid het toelaat — ik zit midden in mijn vierde chemokuur — hoop ik bij de finish te staan, samen met mijn dochter en kleindochter, om ze aan te moedigen.

Zet ’m op, lieve collega’s.
En ja…
misschien ben ik nu niet altijd fris en fruitig,
maar ik voel me wel gedragen.





Draag elkaar lasten, en vervul zo de wet van Christus.”
— Galaten 6:2

dinsdag 9 oktober 2012

♡ Chemokuur 4

Maandagmorgen half 11 komt Wendy, mijn jongste dochter, bij me binnen. Nog even een bakje koffie, en dan gaan we richting Delfzijl voor mijn 4de chemokuur.

Best spannend vandaag, na drie keer dezelfde kuur te hebben gehad, weet je een beetje waar je aan toe bent, en heb je het gevoel, ik heb het onder controle. Ben wel een beetje een controlfreak.

Je weet dat je een paar dagen flink misselijk bent, en daarna weer opknapt. Maar vandaag krijg ik een ander soort chemo, bespaar me al de moeilijke namen van de chemo, het is en blijft chemo. Het is een andere samenstelling met andere bijwerkingen. Ik mocht vandaag ook niet op mijn favoriete schoonheidssalonstoel zitten, de zuster had liever dat ik op bed ging liggen. Oh?.. ik voel een beetje verwarring in me opkomen.
"Je kunt allergisch gaan reageren op de kuur" zegt Fennie, mijn verpleegster. "Zoals"? vraag ik haar een beetje sceptisch. Dikke keel, draaierig worden, wegvallen, prikkelende benen,.... ik wist genoeg, niet leuk allemaal.

Oeps Heer, laat ik niet allergisch zijn, alstublieft niet. Ik voel me onzeker, de zuster zegt nog, "maak je geen zorgen, als dat gebeurt stoppen we gelijk en dat roepen we de oncoloog erbij" tja, daar wordt ik rustig van zeg.

Fennie gaat een mooie ader zoeken om te prikken. Na weer een poging in mijn linkerarm, wat weer niet goed gaat, (Wendy bekijkt het op afstand en ziet aan mijn gezicht dat het pijn doet, ze glimlacht lief naar mij) toch maar kiezen voor de hand, daar lag een mooie volle ader. De naald gaat er zonder problemen in. De eerste zak met zoutoplossing vloeit mijn lichaam in.

Daarna komt de gevreesde zak, met in mijn ogen allergische rommel. Het eerste kwartier zal duidelijk maken of ik allergisch ga reageren. Ik sluit mijn ogen, en bid, en ik weet, velen met mij. Fennie houdt me goed in de gaten, en dat voelt vertrouwd.

Pff de gevreesde tijd is om, het pompje wordt hoger gezet, ben niet allergisch, gelukkig.
Ik krijg een hapje te eten, Wendy mag een maaltijd halen uit de personeelskantine. Haar broodje is veel lekkerder dan die van mij. Ik kijk afgunstig naar haar broodje. Broodje gezond met brie. Ik moest het doen met een broodje kaas en een broodje ham. Mijn blik zegt genoeg, ik krijg de helft van haar lekker broodje. Goed opgevoed hé ;-}

Rond 1 uur gaan we weer naar huis. Voel me prima.
Om 4 uur brengt Wendy mij naar Frits en Froukje. Ben nog steeds niet misselijk.
Ze hadden ook gezegd dat de misselijkheid minimaal zal zijn bij deze kuur, en dat is weer een prettige bijkomstigheid. Wel kan ik later in de week last krijgen van griepverschijnselen, en van flinke spierpijn, maar zover is het nog niet, voel me nu goed, en heb zelfs zin aan een nieuw bericht voor mijn blog.
Heb lekker gegeten, even gelegen, even gezellig bij Frits en Froukje gezeten, en om half 11 ga ik naar bed, voel me nog steeds goed. Wel wat wit om de snoet.
Slapen gaat moeilijk, lig wat te draaien. Maar als ik 's morgens om 9 uur wakker wordt voel ik me prima.
's middags wordt ik weer naar huis gebracht, en geniet van het feit dat deze kuur me tot nu toe reuze meevalt. Dat wil ik jullie toch even vertellen.
Bedankt voor jullie gebed.
God is goed!

Psalm 56:4
“Wanneer ik bang ben, vertrouw ik op U.”

zondag 7 oktober 2012

♡ Koude rillingen


20.000 mensen zingen “Ik weet Hij leeft”. Koude rillingen gaan over mijn lichaam.
Ik kijk naar Family 7, een herhaling van Opwekking 2012. Alle soorten mensen zijn aanwezig: jong en oud, dik en dun, mooi en minder mooi. Sommigen staan met handen omhoog, anderen zitten gewoon en genieten. Het enthousiasme straalt er vanaf.

Iedereen draagt zijn eigen rugzak: ziekte, verlies, een onvervulde wens, verdriet, eenzaamheid. En toch is er hoop en vrede, ondanks alles. Dat doet me goed. Ook mijn eigen rugzak ligt zwaar, soms te zwaar om alleen te dragen. Steeds opnieuw moet ik mijn zorgen bij God neerleggen.

Gesprek met de oncoloog

Het gesprek met de oncoloog was positief. “Je bent moe, maar zet door. Het is voor een goed doel, tijdelijk. Je overlevingskans is hoog,” zegt hij.
Ik voel opluchting, maar de vermoeidheid blijft. Mijn lichaam wil niet meer, mijn hoofd wel. Els, mijn vriendin en ervaringsdeskundige, troost me: “Het hoort erbij, neem rust, zeg ook eens: ‘nee’ of ‘help’.”

Ik leer langzaam dat zwak mogen zijn ook oké is.

Morgen: mijn 4de chemokuur. Om 11.00 uur moet ik er zijn.

Please pray for me.

zondag 30 september 2012

♡ Een hand die alles zegt

Zondag 22 september
Het is prachtig weer. Eén van mijn lieve vriendinnen komt op bezoek.
“Neem je laarzen mee,” had ik nog gezegd, “dan kunnen we een wandeling maken langs het kanaal.”

De bel gaat. Daar staat ze. Wat is ze mooi. Met haar lange blonde haren en haar open gezicht straalt ze helemaal.
“Heerlijk dat je er bent,” zeg ik terwijl we elkaar omhelzen. We hebben elkaar al een tijdje niet gezien.
Ze stapt pittig naar binnen, haar sportschoenen blinken me tegemoet.
“Het is zó mooi weer,” zegt ze, “ik dacht: laarzen heb ik niet nodig.”

Geen koffie, maar direct in de benen. We lopen mijn tuinpad af en ze zegt:
“Het is echt zo, je eigen natuurgebiedje vanuit je tuin… wat woon je hier prachtig.”
Achterthuis

Vol enthousiasme loopt ze naast me. Nog geen 400 meter verder gaan we de dijk op en staan we bij het Eemskanaal. Rust… geen mens om ons heen.
Van alles passeert de revue. We hebben zoveel te vertellen.

“Zullen we gaan zitten?” vraag ik. “Het gras is droog.”
We gaan aan de waterkant zitten. Af en toe vaart er een bootje langs. Het kabbelende water, de warmte van de zon, het gras dat naar de herfst ruikt…
Dank U Heer, wat een heerlijke plek.

Het gesprek is niet alleen ernstig en gaat niet alleen over mijn ziekte. Er is ruimte voor alles. Haar dingen zijn net zo belangrijk. En er is ook humor.
We liggen plat op onze rug en lachen… waaróm? Ik weet het niet eens meer.
We kennen elkaar al jaren. Soms is één woord genoeg.
Aan het kanaal

Ik deel mijn zorgen met haar. Hoe ik met mijn ziekte omga. Dat ik mezelf altijd zo sterk houd. Dat het moeilijk is om zwak te zijn naar anderen toe. Want als ik zwak ben… laat ik mezelf niet zien.
Maar deze “sterke” vrouw is niet altijd sterk.

Ze kijkt me aan. Het wordt stil.
Met haar hand strijkt ze liefdevol over mijn, met pruik getooide, hoofd.

Daar ben ik niet tegen bestand.
Dat ene gebaar… zo van: je doet het zo goed.

En daar gaan mijn tranen. Als een vloedgolf.

We horen voetstappen achter ons, mensen met een hond. Het kan ons niets schelen. Dit is ons moment. Quality time op het hoogste niveau.

Ik kan er weer even tegen. Mijn tranenvaatje is leeg, mijn batterijtje weer vol.

Vriendinnen… een ongelooflijke zegen.
En gelukkig heb ik ze. Allemaal, op hun eigen manier, belangrijk voor mij… en ik voor hen (denk ik 😉).

Prediker 4:9-10
“Twee zijn beter dan één… Want als zij vallen, helpt de één de ander overeind.”


zondag 23 september 2012

♡ Chemokuur 3

Maandag 17 september was het weer zover: mijn derde chemokuur. Rond 12.00 uur kreeg ik mijn lunchpakket: drie broodjes en een kopje soep. Toen ik de soep roerde, lagen er 11 gehaktballetjes op me te wachten, bijna glimlachend in vier eetlepels bouillon – hoezo de zorg wordt duurder? ;-)

Het infuus ging niet soepel; de verpleegster moest twee keer prikken. Toen het gif stroomde, voelde het alsof een zware vloeistof door mijn lijf werd gepompt. Mijn benen werden zwaar, en halverwege de eerste zak kreeg ik een licht gevoel in mijn hoofd. De verpleegster stelde me gerust: normaal, en inderdaad, toen de zak leeg was, verdwenen de vervelende gevoelens.

De tweede en derde zak gingen vlotter, en ik mocht naar huis.
Mijn zus Anneke zette me af, en ik plofte gelijk op de bank. Rond 17.00 uur kwam ik aan bij Frits en Froukje, en lag al snel in het keurig opgemaakte logeerbed.

Eten lukte niet; vier keer overgegeven. Hondsberoerd, maar rond 22.00 uur viel ik eindelijk in slaap. Toen ik wakker werd, was ik niet misselijk… wat een geluk.

Zaterdag schijnt de zon. Vandaag heb ik boodschapjes gedaan, naar de bloemist – 50% korting! Twee lelijke eenjarige plantjes eruit, bergthee, heide en klimop erin. Vroeger kon ik de hele dag in de tuin bezig zijn, nu even niet; moe, eerst liggen.
Mijn plantjes zijn klaar voor de winter. Rolgordijnen dicht, 20.00 uur, het is donker.

Een kaarsje aan, even Family7 kijken en genieten van mensen die zingen over Gods grootheid.
Het maken van al die mooie plantjes en bloemen, zelfs voor de winter, dat is pas groots. 

Psalm 104:24
Hoe talrijk zijn uw werken, HEER, in wijsheid hebt U ze allen gemaakt; de aarde is vol van Uw rijkdom.

zondag 16 september 2012

♡ Misselijk en ziek

Donderdag 13 september

Vandaag komt mijn hulp, wat een voordeel als je alleenstaand bent. Via de WMO krijgen mensen die alleen zijn en kanker hebben 100% huishoudelijke hulp. Heel vreemd, want ik ben zo gewend alles zelf te doen. Maar o, wat is het heerlijk als iemand je huis schoonmaakt.

Jannie, mijn hulp, een vrouw van mijn leeftijd, komt inmiddels al een paar weken. We hebben een klik samen.

Vanmorgen ben ik misselijk en blijf lekker in bed. Ondertussen hoor ik Jannie beneden druk aan het werk. Ik had een briefje voor haar neergelegd dat ik rond 10 uur beneden kom voor een kopje thee. Vandaag is het voor haar ook confronterend om mij met een kaal hoofd te zien. Hoewel ze het wist, schrikt ze toch als ik beneden kom. Ik raak even haar arm aan: “’t is goed,” zeg ik, “voor jou ook confronterend om mij zo te zien.” Ze ontwijkt mijn blik, pakt mijn waterkoker om een kopje thee te zetten en neemt zelf een bakje koffie. Ik zeg: “Neem ook een plakje cake.”
Tijdens het koffie drinken merk ik dat ze opgelucht is; ze ziet dat ik er gemakkelijk mee omga, zo van… dat hebben we gehad.

's Avonds kruip ik onder de wol, keurig opgemaakt door Jannie… heerlijk.

De laatste dagen waren een beetje wiebelig. Ik was erg moe, daardoor wat uit mijn doen. Het hoesten maakt me onzeker; de aanvallen zijn zo heftig dat ik liever thuis blijf. Mijn ogen doen nog steeds pijn en voelen droog. Niet echt een gevoel van… wauw, wat zie ik er goed uit vandaag.

Zaterdag was het Damsterdag in Appingedam, een jaarlijks terugkerende festiviteit met praalwagens en muziekkorpsen. Ik wil er graag heen en probeer door make-up er toch een beetje van te maken. Kleurtje hier, streepje daar, mascara als finishing touch.

Maar mijn ogen zeggen nee. Ik plof neer op het toilet en veeg al het nep materiaal van mijn gezicht. Een kaal hoofd, kale ogen. Verdrietig, tranen druppen op de badkamervloer. Ik wil in mijn kooitje kruipen, een deken om me heen, winterslaap houden. April ben ik er weer…

Toch herpakt deze vrouw zich. Makkelijker gezegd dan gedaan! Haar overlevingsmechanisme draait op volle toeren. Ze weet zich geliefd door Hem.

Gelukkig schijnt de zon, mijn zonnebril helpt mij door dit proces heen. Op naar de corso! Geen kooitje, maar vliegen. Hij gaat mee. Gelukkig.

Mijn bloed was goed, dus morgen, 17 september, 11.00 uur, mijn derde kuur.

woensdag 12 september 2012

♡ Tussen angst en vrede

Vrijdagmiddag 14.00 uur staan Frits en Froukje voor de deur bij mijn dochter in Zeeland om mij weer op te halen.
Na een kopje koffie en de nodige kusjes en knuffels van mijn schatten, gaan we weer op weg naar het noorden.

Veilig kom ik aan in Ten Boer, waar mijn Toyotaatje keurig op mij staat te wachten.

Wat was het heerlijk in Zeeland.
Bijna een week heb ik bij mijn dochter en schoonzoon gelogeerd. Wat heb ik genoten van de kinderen en kleinkinderen.

De kleine Lynn groeit zo lekker. Haar knuffelgehalte is enorm. Als ik haar uit haar wiegje haal om haar een fles te geven, rekt ze zich helemaal uit, dat kleine kontje strak naar achteren. Als een klein geitje laat ze horen dat ze tevreden is.
Duurt het maken van het flesje iets te lang, dan laat ze dat ook duidelijk merken. Er zit pit in die kleine meid — en dat is maar goed ook.
Ze is acht weken en lacht al naar je, maakt kleine geluidjes… Het blijft bijzonder als zo’n klein kindje je aankijkt en lacht.

Tessa van vier vertoont totaal geen jaloezie. Ze is een echte hulp voor haar mama, een kleine mama in de dop. Zo lief voor haar zusje, en ook voor haar oma.
Omdat het zo warm was, droeg ik niets op mijn hoofd. Voor haar is niets vreemd. Ze vindt me mooi zoals ik ben.
“Oma, ikke foto maken?”
Puur geluk om oma te zijn.


Ook moeder en dochter genieten zichtbaar van elkaar. Het zijn toppers, die meiden van mij — inclusief hun mannen.
Als ik thuis kom, ligt er een stapel post op me te wachten. Kaartjes, cadeautjes en bloemen… geweldig. Ik word niet vergeten.
Ik nestel me op de bank in mijn heerlijke huisje en lees mijn verjaardagskaarten. Warmte stroomt mijn kamer binnen. Een moment van diepe dankbaarheid.

De afgelopen week ging het best goed met me, maar de laatste dagen merk ik weer bijwerkingen. Droge ogen, een verkoudheid en een vervelende hoest, vooral ’s nachts. Gelukkig geen koorts, maar wel hoestdrank gehaald.

Ik slaap slecht en lig veel wakker. Het piekeren heeft de overhand. Ik heb de laatste dagen te veel negatieve dingen gehoord over borstkanker, en ’s nachts vinden die gedachten hun weg in mijn hoofd.
Soms ben ik even heel bang… dat die vijandige onderverhuurder in mijn lijf zijn weg zoekt, zonder dat ik daar controle over heb.

Als alles donker is, ben ik zo dankbaar dat de Heer nooit slaapt.
Dat ik mijn zorgen bij Hem mag neerleggen.
Dat ik mag huilen als dat nodig is.
Dat ik bij Hem mag schuilen in deze soms zo wrede wereld.

Angst en blijdschap liggen dicht bij elkaar.
Maar uiteindelijk komt er rust… en val ik in slaap.

9

Als mijn bloed donderdag goed is, zal ik maandag 17 september chemo 3 ondergaan.

dinsdag 4 september 2012

♡ Tussen chemo en geluk

Begin van het jaar 2012 had ik keurig mijn vakantieweken samen met Paula, mijn naaste collega, ingepland. We hadden het samen weer goed geregeld: om de beurt een paar weken vrij.
Voor mij stonden er twee weken in april en twee weken in september gepland.

Eind maart hoorde ik dat ik borstkanker had. Dan staat je wereld op zijn kop.
Vakantie vieren? … nu even niet. Eerst beter worden.

April werd in beslag genomen door mijn operatie, daarna volgden 22 bestralingen.
En mijn vakantieweken in september staan nu in het teken van de chemokuren.

Maar toch…
mocht ik het ultieme vakantiegevoel ervaren.

Zondagmorgen om 7.00 uur stap ik in de camper van Frits en Froukje.
Ze gaan nog een weekje naar het zuiden en vragen of ik mee wil rijden naar Zeeland, naar mijn kinderen.
Ik voel me goed en neem hun aanbod dankbaar aan.

Froukje heeft gekookt water mee voor een kopje thee.
Ik zit heerlijk bij het raam in het zitgedeelte van de camper.
Mijn laptop op tafel, praise-muziek op de achtergrond, een kopje thee, het zonnetje dat naar binnen schijnt…
Op weg naar mijn kinderen en kleinkinderen in Zeeland.

Ik voel me intens gelukkig en ben meteen besmet met het campervirus (zoals Frits dat zo mooi zegt). Wat een luxe.
Frits en Froukje zitten voorin, en ik kan helemaal mijn gang gaan. Ik ben de koning te rijk.
“Je hebt het verdiend,” zegt Froukje.
Dat had ze beter niet kunnen zeggen… stilletjes pink ik een traantje weg achterin mijn privé-taxi.

Rond half twaalf staan we voor de deur. Tessa van 4, doet open en springt letterlijk in mijn armen.
Even kijkt ze naar mijn hoofddoekje, maar zegt niets.

Frits en Froukje drinken nog een kopje koffie voordat ze verder reizen naar het zuiden.
Nog even houdt Froukje mijn jongste kleinkind van bijna acht weken vast.
Dat oergevoel van willen knuffelen… tederheid ten top.

Ik slaap bij Tessa op de kamer.
’s Ochtends hoor ik zachtjes:
“Oma… ben je wakker?”
“Mag ik bij oma liggen?”
Ze kruipt tegen me aan en trekt de deken over ons heen.

“Oma heeft een kaal hoofdje hè…” zegt ze, terwijl ze met haar kleine handje over mijn hoofd strijkt.
“Oma krijgt weer nieuw haar als oma beter is, hè?”
“Ja hoor lieverd,” zeg ik, “ik hoop dat ik net zulk mooi haar krijg als jij.”

Samen liggen we te giechelen in bed.

Deze week is genieten. Het vakantiegevoel, het mooie weer, de kinderen om me heen…
Wat wil een mens nog meer.

Vrijdag staan Frits en Froukje weer voor de deur om mij mee terug te nemen naar het noorden.
Mijn verjaardag, donderdag 6 september, vier ik dit jaar in Zeeland.
En ik weet zeker… het wordt gezellig. 

Jakobus 1:17
“Elke goede gave en elk volmaakt geschenk komt van boven, van de Vader van de lichten.”

woensdag 29 augustus 2012

♡ Chemokuur 2


Maandag:
Om 11.00 uur moest ik weer in de chemokamer zijn. Het ging net als de vorige keer. Els ging met me mee – ook spannend voor haar.
Rond 17.00 uur begon ik al héél misselijk te worden. Els bracht me naar Froukje in Ten Boer. Ik ging snel naar bed en heb tot het eten geslapen.

Het eten was heerlijk, maar smaakte me niet; ik voelde me helemaal niet lekker en zag er grauw uit. Na het eten ging ik gelijk weer naar bed.
Als ik een cijfer zou geven van 0 tot 10, voelde ik me een 3. De hele avond was ik hondsberoerd. Rond 22.00 uur kwam Froukje bij me op bed zitten, aaide me over mijn arm en las Psalm 139 voor. Zo lief.

Om 24.00 uur viel ik eindelijk in slaap. Het was vreselijk.

Dinsdag:
Gelukkig werd ik niet misselijk wakker. De misselijkheid kwam nog in vlagen. Ik lag veel op bed en sliep veel, maar het ging beter dan gisteren. Heb ook lekker gegeten.

Woensdag:
Werd niet misselijk wakker. Ik durf mezelf een 6 te geven, al is het nog vroeg. Ik gaf er maar aan toe en sliep veel. Vandaag ga ik weer naar huis.
Het was weer fijn bij Frits en Froukje.

Psalm 139:1-4
"HEER, U doorgrondt mij en kent mij.
U weet wanneer ik zit en wanneer ik opsta, U begrijpt mijn gedachten van ver.
U omsluit mij van alle kanten en houdt Uw hand over mij.
Zo diep kent U mij, dat zelfs mijn woorden nog niet gesproken zijn, en U kent ze al."

♡ Haarlokken op de grond


Zaterdagavond 25 augustus
Ik zit in de keuken van mijn dochter Wendy. Zij zal mijn haar scheren. Het tasje met kappersspullen wordt opengemaakt, de tondeuse in het stopcontact gestoken.
“Ben je zover, mam?” vraagt Wendy.
“Ja,” zeg ik. “Het is goed.”

De laatste dagen dacht ik na over hoe ik dit wilde doen. Uiteindelijk besloten: Wendy en ik doen het samen. Miranda kon er niet bij zijn, maar we voelen haar steun van afstand.

Langzaam vallen mijn haarlokken op de keukenvloer. Af en toe lachen we om een grapje. Mijn schoonzoon aait mijn wang: “Kanjer.”
Dan de spiegel… Daar sta ik met een kaal hoofd. Nog niet eens zo lelijk, had erger verwacht. We maken een foto voor Miranda. Bij het zien breken we samen in snikken uit. Ook zij huilt zachtjes aan de andere kant van de lijn. De foto spreekt boekdelen: berusting en liefde.

Ik zet mijn pruikje op; het voelt alsof er niets is gebeurd. Een glas wijn. Pff… dat is gebeurd, heb ik toch maar gedaan.
Ik neem afscheid, rij in het donker naar Appingedam. Ik ben rustig.

De Heer is mijn Herder,
Mij ontbreekt niets.



zaterdag 25 augustus 2012

♡ Echte tranen

Het is nu bijna drie weken geleden dat ik mijn eerste chemokuur heb gehad. Ik weet dat mijn haar eraf gaat, en toch is het een heel proces in mij.

Ben 20 jaar kapster geweest, mijn favoriete vak, dus het onderwerp haar zit bovenin mijn hoofd. Haar heeft zoveel te maken met vrouwelijkheid, met zekerheid, met jouw eigen stijl.

Er wordt zo vaak over haar gesproken: uitspraken als met je handen in het haar zitten, als je haar maar goed zit, eerbied voor grijze haren, elkaar in de haren vliegen, je wilde haren verliezen, enzovoort… Ook in de Bijbel wordt haar regelmatig genoemd.
Maria waste de voeten van Jezus met haar tranen en droogde Zijn voeten met haar haren (Johannes 12:3-7). Indrukwekkend!

Ik heb een potje met kunsttranen gekregen van de apotheek, omdat mijn ogen nog steeds erg droog zijn. Bij het luisteren naar en plaatsen van dit filmpje waren ze er… mijn tranen, echte tranen.

Een tijdje terug kwam mijn neef bij me op bezoek. Hij vroeg of hij mijn verhaal mocht gebruiken voor zijn toelatingsexamen voor de kunstacademie in Den Haag. Hij moest daarvoor een grote opdracht maken en wilde een klein deel gebruiken om mijn situatie voor te leggen. Hij vond namelijk de positieve manier waarop ik met borstkanker omga bijzonder. Met een korte uitleg en onderstaande tekening heeft hij mijn situatie op de kunstacademie verteld.
Hij is inmiddels aangenomen en verhuisd naar Den Haag. Tijdens ons afscheid gaf hij mij de tekening. Ik wist niet wat ik zag… zó echt mij. Vooral de lach achter de ernst van de situatie heeft hij zo perfect neergezet. Mijn uitspraak “ik zoek gewoon een mooie pruik uit” is mijn manier van overleven om de zwaarte van de situatie lichter te maken. Door de jaren heen heeft hij genoeg kennis van de getekende persoon opgedaan om haar zo neer te zetten… wat een kunstwerk! Mijn neef, kunstenaar in wording.

Niet dat ik nu van dat mooie haar heb, maar het is wel mijn haar. Ik ga het niet zwaarder maken dan het is, maar het is best wel bagger.
Maandag 27 augustus, de tweede kuur: mijn haar zit er nog op, het is inmiddels een dun bosje en de borstel zit vol met haar. Ik laat het eraf scheren en kan eindelijk mijn pruikje opzetten.
Voor vergroting op tekening klikken.

maandag 20 augustus 2012

♡ God is nooit op vakantie


Er zijn zoveel dingen waar ik dankbaar voor ben. Zoveel mensen die het zo goed met me voor hebben. Vrienden die aan me denken en me verrassen met bloemen. Zussen die met me meegaan naar misselijkmakende afspraken in het ziekenhuis. Familieleden die intens meeleven. Mensen die klusjes voor me willen doen.

Een moeder die bijna dagelijks op haar fiets bij mij langskomt om de bloembakken water te geven (als het mij niet lukt) en het onkruid weg te halen. Geweldig dat ze op haar 86ste, op haar manier, zo’n zorgzame en lieve moeder wil zijn.

Een schoonzus die boodschappen voor me doet. Vriendinnen die gewoon langskomen, me diep in de ogen kijken en me zonder schroom een oprechte knuffel geven.

Ik kan nog wel even doorgaan… zoveel goeds.

En toch ben ik de afgelopen tijd een beetje uit mijn doen. Dat onbehaaglijke gevoel dat elk jaar terugkomt, waar ik telkens tegenaan loop… de vakantieperiode.
Mensen die ik liefheb gaan, of zijn, op vakantie. Heel logisch, terecht en verdiend. Maar dit jaar voelt het alsof al die mensen die mij zo omringen met al die zegeningen, tegelijk weg zijn.

Pff… en terwijl ik het nu opschrijf, moet ik er ook een beetje om grinniken. Ik weet best dat het niet zo ernstig is. Dat het tijdelijk is. Dat er nog genoeg schatten dichtbij zijn.
Maar het voelt gewoon even zo.
En ach… ik ben ook maar een mens.

Gelukkig is God nooit op vakantie.

Verder gaat het best goed. De eerste chemokuur heb ik goed doorstaan. Maar vorig weekend kreeg ik ineens last van mijn ogen. Ze voelden heel droog, alsof ik in een woestijn liep. Mijn ogen traanden constant. Ook mijn slijmvliezen waren gevoelig en mijn keel deed pijn. Dit heeft een paar dagen geduurd.

Het onbehaaglijke gevoel van de chemo in mijn lijf is nu weg. Het gaat de goede kant op. Mijn lichaam herstelt zich en mijn afweersysteem komt weer op orde.
Volgens de oncoloog moet ik dingen doen die ik leuk vind, niet te veel piekeren en juist blijven ondernemen. Dat helpt bij het herstel.

Dus gisteren was het een feestje…
Zwemmen met mijn dochter, schoonzoon en kleinkind Floortje, in een overdekt zwembad. Omdat ik verwacht dat ik deze week mijn haren ga verliezen (mijn wilde haren ben ik allang kwijt 😉), was het voor mij dubbel feest.

Mijn buitenkant zal veranderen.
Maar alles kunnen ze van me afpakken… Gods liefde en Zijn kracht in mij kan niemand me afnemen.

27 augustus: de tweede kuur.

zaterdag 11 augustus 2012

♡ Chemokuur 1


Maandagmorgen 11.00 uur, tijd voor de chemokamer. Ik ben de jongste tussen vijf mannen van boven de 65.

Moniek, de vriendelijke verpleegster, laat me in een comfortabele stoel plaatsnemen.
Zus Anneke kijkt mee; emoties lopen hoog op. Eerst zoutoplossing, dan het gif van het UMCG, voorzichtig toegediend. Twee uur later een zakje rood spul; rood = gif. Ze zeggen dat mijn urine en tranen ook rood zullen zijn. Het is zwaar, maar het hoort bij mijn genezing.

Thuis voel ik nog niks en doe rustig wat klusjes. ’s Avonds bezoek bij vrienden: Froukje omhelst me, haar maaltijd doet me goed. Rond 21.00 uur komt de misselijkheid, ik ga naar bed en val in slaap. Midden in de nacht word ik even wakker, lees wat en geniet van de sterrenhemel op het plafond.

De dagen erna wisselen misselijkheid en rust elkaar af. Ik slaap veel, eet gezond, doe rustig aan, maar ervaar ook mooie momenten. Zaterdag is een goede dag, een 8! Chemokuur nummer 1 zit erop, en ik voel me weer zo goed.




vrijdag 10 augustus 2012

♡ Oase van geluk


Twee dagen met kleinkinderen
De afgelopen twee dagen zijn mijn kinderen uit Zeeland op bezoek geweest, met hun kleintjes Tessa, Floortje en Lynn. Kleinkinderen zijn een bron van inspiratie: de prietpraat, de wandelingetjes, de boekjes, de liedjes — het zijn allemaal schatten van waarde.

Het zonnetje schijnt, en Tessa van net 3 huppelt naast mij. Floortje van bijna 8 maanden slaapt in de wandelwagen, Lynn van 16 dagen kijkt rustig rond in de box. Onderweg ruikt Tessa iets opvallends. “Bllhh, wat is dat?” vraagt ze. “Koeienstront,” leg ik uit, en ze lacht.

Al vroeg in de ochtend kruipt Tessa behaaglijk tegen me aan, en de gesprekjes beginnen. Wat weet een kind van 3 al veel! Haar nieuwsgierigheid opent een wereld voor me, en samen luisteren we naar elkaars hartslag. “Oma’s borst doet niet meer zeer hé?” vraagt ze. “Nee hoor,” zeg ik. Haar blije lach verwarmt mijn hart.

Zondagmorgen wordt alles ingepakt voor de lange rit terug naar Zeeland. Het zijn twee dagen genieten op topniveau: liefde, plezier en verbondenheid. Tessa wil nog blijven en huilt een beetje. Ik wil bij oma Carolien blijven. Ik houd me in, wetend dat maandag mijn eerste chemokuur wacht. Toch voel ik diepe dankbaarheid, vooral als Floortje me een grote glimlach toewerpt en haar ouders nog even blijven voor een kopje koffie.

zaterdag 28 juli 2012

♡ Vrucht uit bagger


Een tijd terug had ik al een recept meegekregen van de afdeling oncologie. Eerst had ik het maar weggelegd, het was immers nog niet zover. Maar 6 augustus komt steeds dichterbij. Dus woensdag toch maar naar de apotheek.

Gisteren heb ik mijn medicijnen opgehaald. Het zijn er nogal wat en er moest veel worden uitgelegd. De assistent-apotheker nam rustig de tijd en had een groot inlevingsvermogen. Heel prettig.

Daar loop ik dan, met een zakje vol middelen die mij beter moeten laten voelen in een tijd van bagger. En ineens moet ik denken aan… bagger.

De dakgoten van mijn schuurtje schoonmaken. Niet mijn favoriete klus. Met handschoenen aan sta ik op de trap en schuif de smurrie één kant op. Wat een lucht… brrr.

Toch is mijn tuin voor mij ontspanning en zie ik daar Gods schepping in. In het voorjaar koop ik altijd mijn favoriete bloem: de vlijtige lies. In het najaar ontstaan er zaaddoosjes die open springen en hun zaad verspreiden. Een wonder op zich.

Een keer had ik de dakgoot niet schoongemaakt. In het voorjaar ontdekte ik tot mijn verbazing dat er een zaadje was ontkiemd, juist in die bagger. Afgestorven, maar weer tot leven gekomen door de zon.

In de natuur geldt een wet: een bloem moet eerst afsterven voordat hij vrucht kan dragen.
Mijn vriendin zei: “Het moet eerst lelijk worden, voordat het weer mooi kan worden.”
Een ander zei: “Zie het als een onweersbui, die drijft ook weer weg.”

Het raakt me, want ook in mij zal dit seizoen van alles bagger worden. Het is mijn onweersbui. Maar daarna zullen de vogels weer zingen en zal ik weer vrucht dragen.

Lukas 8:15 HTB
Maar het zaad dat in goede, vruchtbare grond terechtkomt, zijn de mensen die met een goed, oprecht hart naar de woorden van God luisteren en zich eraan houden. Het zaad brengt vrucht voort in hun leven, omdat zij volhouden.

zondag 22 juli 2012

♡ Nieuw leven



 Kleinkind Lynn

Een nieuw leven
Het was een wiebelige week. Zondagavond, na een gezellig bezoek van vrienden, werd ik ziek. Maandag bracht ik door op bed, misselijk en slap. Dinsdag voelde ik me nog niet helemaal beter; woensdag gaf de huisarts me pilletjes tegen de diarree. Gelukkig hielpen ze goed.
Donderdagochtend, midden in de nacht, schrik ik wakker van de telefoon. “Gefeliciteerd met je derde kleinkind!” zegt Peter enthousiast. Het kindje is kerngezond, en ook moeder maakt het goed. Ik spreek mijn dochter even; wat een kanjer, binnen een paar uur heeft ze weer een prachtig kind op de wereld gezet. Trots vult me.
Ondertussen trekt een hevige onweersbui over. Flitsen en donderslagen verlichten mijn slaapkamer. Even later is het stil. Dan hoor ik de vogels weer zingen, alsof ze me zeggen: wakker blijven, er is nieuw leven, een nieuw kleinkind. Zo’n zegen.
“Thank you, Lord,” fluister ik.








zaterdag 14 juli 2012

♡ Pruiken passen met een lach


Vrijdagochtend 13 juli begint goed: ik ben lekker vroeg wakker. Vandaag krijg ik bezoek, dus ik spring snel onder de douche. De afwas van gisteren wacht nog, maar die moet voor 9 uur weg zijn. Mijn haar is gewassen, föhnen hoeft niet, want vandaag komt de pruikenvrouw uit Groningen. 

Wendy en Els komen mee om mee te kijken en adviseren.
De dame arriveert, en al snel liggen de verschillende pruiken op mijn hoofd. Soms lach ik van plezier – vooral als Floortje, 8 maanden, liefdevol toekijkt vanuit de kinderstoel. Miranda volgt alles via webcam vanuit Zeeland, zo kan mijn oudste dochter alles van dichtbij meemaken.

De pruikenvrouw legt uit hoe ik een pruik op moet zetten, en ik oefen. De momenten zijn intens, maar ook vrolijk en leerzaam. 

Lachen breekt de zwaarte van het moment; kaal worden is immers geen keuze, het overkomt je.

Later op de avond rij ik naar mijn oudste zus Anneke om mijn nieuwe look te laten zien. “Wat ben je prachtig,” zegt ze, een knuffel en een traan erbij. Dat had ik nu nét even nodig.

Bijbeltekst:
"Smaak en zie dat de Heer goed is; gelukkig de mens die bij Hem schuilt." – Psalm 34:9



maandag 9 juli 2012

♡ “Bang, maar schoon – vertrouwen tussen scans”


Anita stapt dapper bij me in de auto. Vandaag een botscan in Winschoten. Best spannend, maar fijn om haar erbij te hebben.

Bij de balie kijk ik naar vier dames die schaapachtig terugkijken als ik de weg vraag. Even moet ik lachen; geen enkele glimlach. Ach ja, maandagmorgen. Ik bedank ze vriendelijk en glimlach terug.

De scan begint. Met alleen mijn riem af lig ik stil terwijl het apparaat over mijn hele lichaam draait. Alles lijkt normaal, maar ineens wil de arts een extra CT-scan. Mijn hart slaat sneller. “Moet ik me zorgen maken?” vraag ik. “Nee, helemaal niet,” zegt de verpleegster. Maar mijn gedachten rennen vooruit. Angst sluipt naar binnen, ze kijken immers dwars door je heen. 

De CT-scan draait langzaam rond mijn romp. Daar ligt iets wat ze willen bekijken, en willen voor de zekerheid nog een scan maken. Mijn ogen sluiten zich, ik bid zachtjes: “Jezus, ik ben bang…” Een traan rolt over mijn wang.


Op de terugweg zijn we stil. Twee dagen wachten, wat voelt dat lang. Thuis probeert Floortje op mijn schoot afleiding te bieden. 

Na twee dagen belt Marja mij  “Alles is goed. Geen uitzaaiingen, helemaal schoon. De plek was slijtage in de onderrug, niets ernstigs, heeft met leeftijd te maken. 

Opluchting overspoelt me. Een diepe zucht… en een dankbaar hart. Thank you, Lord!

“In dat moment besef ik: ondanks de angst, de onzekerheid en de stiltes ertussen, blijft Zijn zorg en trouw steeds bij mij.”

De verplegers zien er uitnodigd uit, maar het blijft een eng ding.