Pagina's

vrijdag 29 juni 2012

♡ Laatste bestraling




Gisteren was mijn laatste bestraling in het UMCG.
22 keer heb ik daar gelegen. Het is bijzonder hoe snel je aan zoiets went.

De mensen achter de balie herkennen me inmiddels. Dat raakt me, want juist daar besef ik hoe belangrijk vriendelijkheid is. Een glimlach kan zoveel verschil maken, zeker als je afhankelijk bent van zorg.

De afgelopen weken waren intens. Angst, spanning, vragen… soms wilde ik het liefst wegrennen.
En toch waren er ook mooie momenten: fijne gesprekken, lachen met degene die met me meeging, kleine lichtpuntjes.

Als je daar rondloopt, zie je hoeveel mensen ziek zijn. Achter ieder gezicht zit een verhaal.
Vroeger keek ik met medelijden naar de afdeling oncologie… nu zit ik er zelf.
Zo betrekkelijk is het leven.

Begin maart 2012 was er nog niets aan de hand, en nu is alles anders. Ik ben stilgezet en ga nadenken over wat echt belangrijk is.

En juist daar weet ik: ik ben niet alleen.
God is mijn schuilplaats, ook nu.

De komende tijd moet mijn lichaam herstellen van de bestralingen. Daarna starten de chemokuren: zes in totaal.
En ja… ik mag een pruik uitzoeken.

Er zullen momenten komen dat ik roep:
“Heer, help.”
Maar ook momenten van dankbaarheid: voor mijn gezin, mijn vrienden, en het nieuwe leven dat op komst is.

Soms trek ik me even terug, even schuilen, even huilen. Dat is goed.

En ik weet:
als ik straks weer ga vliegen,
zullen mijn vleugels sterk zijn…
en gedragen worden door de wind. 

vrijdag 22 juni 2012

♡ Kom en straal

Als ik mijn laptop op mijn schoot neem, begint mijn verhaal al te lopen in mijn hoofd. Ik kijk naar buiten en denk na over de mensen die mijn blog lezen – het zijn er inmiddels al heel veel.

Was ik niet degene die zich altijd zo onbelangrijk voelde en zich altijd maar stilhield in groepen? Ja, sterk ben ik zeker, één op één, maar in groepen… nee hoor. En nu lezen zoveel mensen mijn verhaal.
De ziekte kanker heeft iets van glans gekregen door middel van deze blog. Op verschillende manieren komt Carolien tevoorschijn, en dat geeft ook nog eens vreugde. Daar moest ik toch even heel goed over nadenken.

Ik heb even een kopje thee gezet en schuif weer achter mijn laptop. Wat heerlijk dat ik naar buiten kan kijken, kan denken én typen tegelijk. Mijn vingers ratelen over het toetsenbord. Hé, wat zit er veel in mijn hoofd. De zon laat een glimp van zichzelf zien en schijnt mijn kamer binnen; ik voel de warmte op mijn benen. Het kopje thee doet me goed en ik geniet van de blauwe hemel, toch nog een beetje zomer vandaag.

O ja, vreugde – daar was ik gebleven.
Kan het dat ik vreugde voel in deze situatie, terwijl een levensbedreigende ziekte op mijn pad ligt? En toch komen er dingen in mij naar boven die onbekend voor me zijn, of die ik zelf al had begraven?

Als ik ga schrijven, is het net alsof hier in de kamer heel veel lieve mensen zitten die luisteren naar mijn verhaal. Ze mogen meekijken in mijn leven, soms kwetsbaar, soms krachtig.
Maar het blijft raar en onwennig tegelijk dat ik deze strijd mag delen met mijn bloglezers. Dit delen is o zo goed voor mijn zelfbeeld, voor mijn momenten van alleen zijn, voor mijn gevoel van: “Ach, laat maar.”
“Nee,” zegt God, “niks laat maar, je hebt wat te vertellen.”

De tranen branden weer in mijn ogen. Gebruikt God mijn ziekte echt als middel om mij tot mijn bestemming te laten komen? Zal het doek helemaal van mijn kooitje worden afgehaald, zodat ik mag vliegen?

Eén ding is zeker: Hij zal groot worden door mijn leven, mijn ziekte én mijn blog heen. Dat is genoeg en allesomvattend.

Psalm 119:14
"Ik ben zo blij als ik veel over U mag spreken. Dat geeft mij meer vreugde dan aardse rijkdom."

😀

dinsdag 19 juni 2012

♡ Genieten van Gods schepping


Het is half tien ’s avonds. Ik stap mijn tuinpad af en sta ineens in een wereld van weilanden en kronkelende paadjes. Paarden grazen rustig in de schemering, en 300 meter verder glijden boten stilletjes over het Eemskanaal. Vanavond wordt het een klein rondje; mijn lijf is moe, maar er wordt gezegd: “ook al ben je moe, blijf in beweging.”

Mijn ogen voelen zwaar, maar de lucht trekt me mee. Een piepklein vogeltje vliegt voor me uit, elke stap die ik zet, fladdert hij verder. Zijn geluid lijkt een uitnodiging: “kom maar mee.” Andere vogels voegen hun stemmen toe, een onbezorgd gesprek in de avondlucht. Ze zaaien niet, ze maaien niet, en toch vinden ze altijd wat ze nodig hebben. Even stop ik, adem diep, en voel me verwonderd door hun eenvoud.

Het gras hangt nog zwaar van de regen die net voorbij is, de wolken dragen het laatste natte spoor van de bui. De ondergaande zon kleurt hun onderkant rood, bijna betoverend. Voorzichtig ontwijk ik een slak, die op zijn eigen mysterieuze tocht lijkt. Een paard zwiert met zijn staart om de laatste vliegen weg te jagen, en een klein wit katje springt voor me over het pad. Geen mens te zien, en toch is alles in beweging – het leven rondom mij ontvouwt zich in kleine wonderen.

Tien minuten zijn genoeg om mijn hart te vullen met verwondering. Mijn gedachten komen op een rij, stil word ik, soms fluister ik met God, soms zou ik langs het kanaal willen schreeuwen – een oerkreet van opluchting en loslaten. Maar vanavond kies ik voor stilte, voor het luisteren naar het moment.

Ik hou van deze omgeving. Hier liepen mijn kinderen, hier sprak ik met hen, hier klinkt nu het lachen en de voetstapjes van kleindochters Tessa en straks Floortje. Ook zij zal ik laten horen wat ik vanavond hoor: de vogels, het zachte ruisen van het gras, het zorgeloze leven om ons heen. Wetende dat, wat er ook gebeurt, God zorgt.

vrijdag 15 juni 2012

♡ Zussen, samen in stilte en steun

De vermoeidheid slaat toe, de bestraling eist zijn tol. Ik sleep mezelf naar het UMCG, vandaag de 14de keer. Gelukkig hoef ik morgen niet heen want dan is het weekend.
Anneke mijn oudste zus gaat geregeld mee, maar gisteren was Anita mee, " Je hebt geluk" zei ik tegen haar," je mag mee naar binnen". Anita kennende weet ik dat ik haar daar een groot plezier mee doe.
Anita mijn zus, die mij zo goed kent, we hoeven elkaar maar aan te kijken en we weten hoe het zit.

Anita (links) 11 jaar en ik 7 jaar. 
Als kind sliepen we op één kamer, en wat een plezier hadden we altijd.
Tot buikpijn toe waren onze lachbuien.

Vanavond om 19.40 uur moest ik in het UMCG zijn, het is een heerlijke zomeravond. 
Langs het Eemskanaal is het zo mooi, de zon laat zijn late stralen voor vandaag nog krachtig zien.
De wolken lijken net kussens. Het groen langs de weg beweegt haast niet, zo stil is het, zo vredig. 
De zon is laag, ik moet zelfs mijn zonnebril nog opzetten. Links van de weg grazen de koeien in het weiland, in de verte zie ik Groningen liggen. Dit is echt even genieten. 

Zo gauw we in het ziekenhuis zijn en plaats hebben genomen in de wachtkamer mogen we al snel binnen komen. De jongeman begroet Anita vriendelijk, en geeft haar een hand.  

Als ik eenmaal plaats heb genomen op het bed tussen allerlei apparatuur, krijg ik mijn bril op en mijn snorkel in mijn mond en op mijn neus een klem. Ondertussen krijgt Anita volledige uitleg wat ze precies gaan doen, ik lig te genieten van de aandacht die zij krijgt.
Als het apparatuur ingesteld is om zijn werk te gaan doen, en ik lig goed "geïnstalleerd" gaan ze de ruimte verlaten. 


Anita loopt mee met de twee mannen, en ziet mij op een monitor liggen in een andere ruimte waar weer een andere man mij in de gaten houdt.  
Plotseling krijgt Anita het te zwaar en staat stilletjes te snikken tussen de drie verplegers, "ze ligt daar zo alleen" zegt ze tegen de vriendelijke verpleger.
Gelukkig ervaar ik het zelf niet zo, maar kan me haar gevoel goed voorstellen, je staat zo machteloos als zus. 

Op de terugweg hebben we vreselijk gelachen, waarom?
Ik weet het niet, moest zeker wat spanning uit.
Lachen is goed voor een mens.

Spreuken 17:22
"Een vrolijk hart bevordert de genezing, maar een verslagen geest doet het gebeente verdrogen."




maandag 11 juni 2012

♡ Mijn kooitje




Na de dienst komen mensen op me af en zeggen: “Wat heb je het mooi verteld.”
Ik glimlach een beetje verlegen. Ze wisten maar al te goed niet hoe onzeker ik me soms voel. Dat ik eigenlijk nooit voor een grote groep wil staan. En dat ik de hele nacht heb liggen malen over wat ik zou zeggen. Dat zag niemand.

Afgelopen week mailde Krijn, de voorganger van de Evangelische gemeente Ten Boer, me over mijn blog. Hij was enthousiast en zei dat hij zondag er graag iets over wilde vertellen. En toen vraagt hij: “Vind je dat goed? Wil je zelf ook iets vertellen?”
Oeps… ehhh… help. Ik ben helemaal geen podiummens. Laat staan dat ik iets over mezelf moet vertellen. Laat mij maar gewoon achteraan zitten, niks bijzonders doen.
Maar goed, ik verzamelde al mijn moed en belde hem zaterdag. “Het is goed, ik wil ook wel wat vertellen,” zei ik.

En toen begon het malen in mijn hoofd. Wat ga ik zeggen? Hoe ga ik het zeggen? Wat laat ik weg? En stel dat ik moet huilen… pff, waarom had ik ja gezegd?
De hele nacht lag ik te draaien. Pen en papier naast me op het nachtkastje, want ja, ik móest iets opschrijven. Punten. Daar moest ik me aan houden.

En toen was het zover. Met stevige stappen liep ik naar voren. Ruim 120 paar ogen keken me aan. Brr… dit is toch wel wat anders dan op de bank zitten met mijn laptop.
Maar weet je wat? Het rolde eruit. En ik vond het zelfs leuk. Echt waar. Niet één traantje. 😉
"Het lijkt net alsof je tot ontplooiing komt. Het doet niet alleen jou goed dat je daar staat, maar ook ons. Het is goed dat je jezelf laat zien met je verhaal over je leven. Je moet dit echt vaker doen," zei een lieve zus in de kerk.
Tja, zei ik, en ik toverde een brede glimlach op mijn gezicht.

Toen ik bijna naar huis wilde — wat nog niet meevalt, want het was veel te gezellig — sprak een broer me bij de uitgang aan: “Hoe gaat het?”
Prompt en een beetje onzeker zei ik: “Als je mijn blog leest, weet je het.”
Hij glimlachte wijs: “Ik ben anders, ik spreek mensen ook gewoon nog aan.”
Oeps… ja, daar moet ik mijn weg nog in vinden.
Een blog betekent namelijk niet dat ik niet meer aanspreekbaar ben. ;-)

Toen ik naar huis reed, dacht ik bij mezelf: soms voelt het alsof er jaren een doek over mijn kooitje hing. Zo van: laat mij maar, wat ik zeg en doe is niet zo belangrijk.
Die doek heb ik zelf over me heen getrokken, lekker veilig.
Maar volgens mij… begint God nu dat doek langzaam weg te trekken. En weet je… daar is helemaal niks mis mee.




dinsdag 5 juni 2012

♡ Bestraling van de borst


In het UMCG weet mijn zus Anneke nog niet zo goed de weg. Ze loopt gedwee naast me, zo van “Carolien weet de weg wel”. We passeren wachtkamers vol zieke mensen. Deze wereld begint langzaam vertrouwd te voelen.

Vandaag heb ik de vijfde ban de 30 bestralingen van mijn borst. Binnen gekomen word ik vriendelijk ontvangen door een jongeman, die me glimlachend helpt. Ondanks mijn lichte verkoudheid, lucht zijn humor en de kleine grappen mijn hart op. Het maakt het zware moment lichter.

Op de behandeltafel stellen ze onbelangrijke vragen over mijn weekend. Ik vertel dat ik veel knoflook heb gegeten, en er wordt gelachen. Na twintig minuten stap ik van de tafel af. “Tot morgen mevrouw Van Halsema,” klinkt het vrolijk.

In de wachtkamer ontmoeten we enkele zussen. Ze zitten daar met veel pijn en verdriet, openhartig over hun ziekte. Het raakt me diep. Aan de andere kant zit een dame van rond 39, ook strijdend tegen kanker. Het doet me beseffen hoe verwoestend deze ziekte kan zijn. Ik voel dankbaarheid dat ik “gewoon” borstkanker heb.

Voor we vertrekken, zeg ik gemeend tegen mijn lotgenoten: “Zet ’m op he!” Hun glimlach met een vleugje hoop raakt mijn hart. Heer, zegen deze vrouwen. Wat zou een mens toch zonder U moeten.

Op de terugweg bezoek ik mijn kleindochter Floortje. Wat heerlijk om haar te zien, haar lach brengt een moment van pure vreugde na deze intensieve dag.