Die ochtend word ik om 6.00 uur wakker, gewend om vroeg op te staan voor werk, maar vandaag niet werken — vandaag werken aan mijn genezing. Slapen lukt niet meer, gedachten spoken door mijn hoofd. Regen klettert op het raam, maar ik lees nog wat in “Geef nooit op”.
Onder de douche laat ik het warme water langs me spoelen. In de spiegel zie ik een vrouw die zich niet ziek voelt, terwijl ze weet dat ze ziek wordt om beter te worden.
Om kwart over 10 haal ik mijn zus Anneke op. Onderweg naar Groningen kletsen we wat, maar vooral genieten we van elkaars aanwezigheid. Bij het UMCG is het een zoektocht door de gangen, langs etalages vol pruiken en hoofddoekjes. Op de afdeling Radiotherapie neem ik plaats en onderga de bestraling. Alles verloopt rustig, omringd door gebed en vertrouwen.
’s Middags bespreekt de internist het behandelplan. De tumor is agressief, het risico op uitzaaiingen hoog. Het advies is dringend: chemo. Angst, spanning en scenario’s malen door mijn hoofd, maar tegelijk voel ik dankbaarheid: er is leven na borstkanker, en ik mag mijn kleinkinderen zien opgroeien. Anneke en ik vieren dit met gebak — een klein moment van geluk in een zware dag.
| Oudste zus Anneke met gebak ! |



.jpg)