Pagina's

zondag 30 september 2012

♡ Een hand die alles zegt

Zondag 22 september
Het is prachtig weer. Eén van mijn lieve vriendinnen komt op bezoek.
“Neem je laarzen mee,” had ik nog gezegd, “dan kunnen we een wandeling maken langs het kanaal.”

De bel gaat. Daar staat ze. Wat is ze mooi. Met haar lange blonde haren en haar open gezicht straalt ze helemaal.
“Heerlijk dat je er bent,” zeg ik terwijl we elkaar omhelzen. We hebben elkaar al een tijdje niet gezien.
Ze stapt pittig naar binnen, haar sportschoenen blinken me tegemoet.
“Het is zó mooi weer,” zegt ze, “ik dacht: laarzen heb ik niet nodig.”

Geen koffie, maar direct in de benen. We lopen mijn tuinpad af en ze zegt:
“Het is echt zo, je eigen natuurgebiedje vanuit je tuin… wat woon je hier prachtig.”
Achterthuis

Vol enthousiasme loopt ze naast me. Nog geen 400 meter verder gaan we de dijk op en staan we bij het Eemskanaal. Rust… geen mens om ons heen.
Van alles passeert de revue. We hebben zoveel te vertellen.

“Zullen we gaan zitten?” vraag ik. “Het gras is droog.”
We gaan aan de waterkant zitten. Af en toe vaart er een bootje langs. Het kabbelende water, de warmte van de zon, het gras dat naar de herfst ruikt…
Dank U Heer, wat een heerlijke plek.

Het gesprek is niet alleen ernstig en gaat niet alleen over mijn ziekte. Er is ruimte voor alles. Haar dingen zijn net zo belangrijk. En er is ook humor.
We liggen plat op onze rug en lachen… waaróm? Ik weet het niet eens meer.
We kennen elkaar al jaren. Soms is één woord genoeg.
Aan het kanaal

Ik deel mijn zorgen met haar. Hoe ik met mijn ziekte omga. Dat ik mezelf altijd zo sterk houd. Dat het moeilijk is om zwak te zijn naar anderen toe. Want als ik zwak ben… laat ik mezelf niet zien.
Maar deze “sterke” vrouw is niet altijd sterk.

Ze kijkt me aan. Het wordt stil.
Met haar hand strijkt ze liefdevol over mijn, met pruik getooide, hoofd.

Daar ben ik niet tegen bestand.
Dat ene gebaar… zo van: je doet het zo goed.

En daar gaan mijn tranen. Als een vloedgolf.

We horen voetstappen achter ons, mensen met een hond. Het kan ons niets schelen. Dit is ons moment. Quality time op het hoogste niveau.

Ik kan er weer even tegen. Mijn tranenvaatje is leeg, mijn batterijtje weer vol.

Vriendinnen… een ongelooflijke zegen.
En gelukkig heb ik ze. Allemaal, op hun eigen manier, belangrijk voor mij… en ik voor hen (denk ik 😉).

Prediker 4:9-10
“Twee zijn beter dan één… Want als zij vallen, helpt de één de ander overeind.”


zondag 23 september 2012

♡ Chemokuur 3

Maandag 17 september was het weer zover: mijn derde chemokuur. Rond 12.00 uur kreeg ik mijn lunchpakket: drie broodjes en een kopje soep. Toen ik de soep roerde, lagen er 11 gehaktballetjes op me te wachten, bijna glimlachend in vier eetlepels bouillon – hoezo de zorg wordt duurder? ;-)

Het infuus ging niet soepel; de verpleegster moest twee keer prikken. Toen het gif stroomde, voelde het alsof een zware vloeistof door mijn lijf werd gepompt. Mijn benen werden zwaar, en halverwege de eerste zak kreeg ik een licht gevoel in mijn hoofd. De verpleegster stelde me gerust: normaal, en inderdaad, toen de zak leeg was, verdwenen de vervelende gevoelens.

De tweede en derde zak gingen vlotter, en ik mocht naar huis.
Mijn zus Anneke zette me af, en ik plofte gelijk op de bank. Rond 17.00 uur kwam ik aan bij Frits en Froukje, en lag al snel in het keurig opgemaakte logeerbed.

Eten lukte niet; vier keer overgegeven. Hondsberoerd, maar rond 22.00 uur viel ik eindelijk in slaap. Toen ik wakker werd, was ik niet misselijk… wat een geluk.

Zaterdag schijnt de zon. Vandaag heb ik boodschapjes gedaan, naar de bloemist – 50% korting! Twee lelijke eenjarige plantjes eruit, bergthee, heide en klimop erin. Vroeger kon ik de hele dag in de tuin bezig zijn, nu even niet; moe, eerst liggen.
Mijn plantjes zijn klaar voor de winter. Rolgordijnen dicht, 20.00 uur, het is donker.

Een kaarsje aan, even Family7 kijken en genieten van mensen die zingen over Gods grootheid.
Het maken van al die mooie plantjes en bloemen, zelfs voor de winter, dat is pas groots. 

Psalm 104:24
Hoe talrijk zijn uw werken, HEER, in wijsheid hebt U ze allen gemaakt; de aarde is vol van Uw rijkdom.

zondag 16 september 2012

♡ Misselijk en ziek

Donderdag 13 september

Vandaag komt mijn hulp, wat een voordeel als je alleenstaand bent. Via de WMO krijgen mensen die alleen zijn en kanker hebben 100% huishoudelijke hulp. Heel vreemd, want ik ben zo gewend alles zelf te doen. Maar o, wat is het heerlijk als iemand je huis schoonmaakt.

Jannie, mijn hulp, een vrouw van mijn leeftijd, komt inmiddels al een paar weken. We hebben een klik samen.

Vanmorgen ben ik misselijk en blijf lekker in bed. Ondertussen hoor ik Jannie beneden druk aan het werk. Ik had een briefje voor haar neergelegd dat ik rond 10 uur beneden kom voor een kopje thee. Vandaag is het voor haar ook confronterend om mij met een kaal hoofd te zien. Hoewel ze het wist, schrikt ze toch als ik beneden kom. Ik raak even haar arm aan: “’t is goed,” zeg ik, “voor jou ook confronterend om mij zo te zien.” Ze ontwijkt mijn blik, pakt mijn waterkoker om een kopje thee te zetten en neemt zelf een bakje koffie. Ik zeg: “Neem ook een plakje cake.”
Tijdens het koffie drinken merk ik dat ze opgelucht is; ze ziet dat ik er gemakkelijk mee omga, zo van… dat hebben we gehad.

's Avonds kruip ik onder de wol, keurig opgemaakt door Jannie… heerlijk.

De laatste dagen waren een beetje wiebelig. Ik was erg moe, daardoor wat uit mijn doen. Het hoesten maakt me onzeker; de aanvallen zijn zo heftig dat ik liever thuis blijf. Mijn ogen doen nog steeds pijn en voelen droog. Niet echt een gevoel van… wauw, wat zie ik er goed uit vandaag.

Zaterdag was het Damsterdag in Appingedam, een jaarlijks terugkerende festiviteit met praalwagens en muziekkorpsen. Ik wil er graag heen en probeer door make-up er toch een beetje van te maken. Kleurtje hier, streepje daar, mascara als finishing touch.

Maar mijn ogen zeggen nee. Ik plof neer op het toilet en veeg al het nep materiaal van mijn gezicht. Een kaal hoofd, kale ogen. Verdrietig, tranen druppen op de badkamervloer. Ik wil in mijn kooitje kruipen, een deken om me heen, winterslaap houden. April ben ik er weer…

Toch herpakt deze vrouw zich. Makkelijker gezegd dan gedaan! Haar overlevingsmechanisme draait op volle toeren. Ze weet zich geliefd door Hem.

Gelukkig schijnt de zon, mijn zonnebril helpt mij door dit proces heen. Op naar de corso! Geen kooitje, maar vliegen. Hij gaat mee. Gelukkig.

Mijn bloed was goed, dus morgen, 17 september, 11.00 uur, mijn derde kuur.

woensdag 12 september 2012

♡ Tussen angst en vrede

Vrijdagmiddag 14.00 uur staan Frits en Froukje voor de deur bij mijn dochter in Zeeland om mij weer op te halen.
Na een kopje koffie en de nodige kusjes en knuffels van mijn schatten, gaan we weer op weg naar het noorden.

Veilig kom ik aan in Ten Boer, waar mijn Toyotaatje keurig op mij staat te wachten.

Wat was het heerlijk in Zeeland.
Bijna een week heb ik bij mijn dochter en schoonzoon gelogeerd. Wat heb ik genoten van de kinderen en kleinkinderen.

De kleine Lynn groeit zo lekker. Haar knuffelgehalte is enorm. Als ik haar uit haar wiegje haal om haar een fles te geven, rekt ze zich helemaal uit, dat kleine kontje strak naar achteren. Als een klein geitje laat ze horen dat ze tevreden is.
Duurt het maken van het flesje iets te lang, dan laat ze dat ook duidelijk merken. Er zit pit in die kleine meid — en dat is maar goed ook.
Ze is acht weken en lacht al naar je, maakt kleine geluidjes… Het blijft bijzonder als zo’n klein kindje je aankijkt en lacht.

Tessa van vier vertoont totaal geen jaloezie. Ze is een echte hulp voor haar mama, een kleine mama in de dop. Zo lief voor haar zusje, en ook voor haar oma.
Omdat het zo warm was, droeg ik niets op mijn hoofd. Voor haar is niets vreemd. Ze vindt me mooi zoals ik ben.
“Oma, ikke foto maken?”
Puur geluk om oma te zijn.


Ook moeder en dochter genieten zichtbaar van elkaar. Het zijn toppers, die meiden van mij — inclusief hun mannen.
Als ik thuis kom, ligt er een stapel post op me te wachten. Kaartjes, cadeautjes en bloemen… geweldig. Ik word niet vergeten.
Ik nestel me op de bank in mijn heerlijke huisje en lees mijn verjaardagskaarten. Warmte stroomt mijn kamer binnen. Een moment van diepe dankbaarheid.

De afgelopen week ging het best goed met me, maar de laatste dagen merk ik weer bijwerkingen. Droge ogen, een verkoudheid en een vervelende hoest, vooral ’s nachts. Gelukkig geen koorts, maar wel hoestdrank gehaald.

Ik slaap slecht en lig veel wakker. Het piekeren heeft de overhand. Ik heb de laatste dagen te veel negatieve dingen gehoord over borstkanker, en ’s nachts vinden die gedachten hun weg in mijn hoofd.
Soms ben ik even heel bang… dat die vijandige onderverhuurder in mijn lijf zijn weg zoekt, zonder dat ik daar controle over heb.

Als alles donker is, ben ik zo dankbaar dat de Heer nooit slaapt.
Dat ik mijn zorgen bij Hem mag neerleggen.
Dat ik mag huilen als dat nodig is.
Dat ik bij Hem mag schuilen in deze soms zo wrede wereld.

Angst en blijdschap liggen dicht bij elkaar.
Maar uiteindelijk komt er rust… en val ik in slaap.

9

Als mijn bloed donderdag goed is, zal ik maandag 17 september chemo 3 ondergaan.

dinsdag 4 september 2012

♡ Tussen chemo en geluk

Begin van het jaar 2012 had ik keurig mijn vakantieweken samen met Paula, mijn naaste collega, ingepland. We hadden het samen weer goed geregeld: om de beurt een paar weken vrij.
Voor mij stonden er twee weken in april en twee weken in september gepland.

Eind maart hoorde ik dat ik borstkanker had. Dan staat je wereld op zijn kop.
Vakantie vieren? … nu even niet. Eerst beter worden.

April werd in beslag genomen door mijn operatie, daarna volgden 22 bestralingen.
En mijn vakantieweken in september staan nu in het teken van de chemokuren.

Maar toch…
mocht ik het ultieme vakantiegevoel ervaren.

Zondagmorgen om 7.00 uur stap ik in de camper van Frits en Froukje.
Ze gaan nog een weekje naar het zuiden en vragen of ik mee wil rijden naar Zeeland, naar mijn kinderen.
Ik voel me goed en neem hun aanbod dankbaar aan.

Froukje heeft gekookt water mee voor een kopje thee.
Ik zit heerlijk bij het raam in het zitgedeelte van de camper.
Mijn laptop op tafel, praise-muziek op de achtergrond, een kopje thee, het zonnetje dat naar binnen schijnt…
Op weg naar mijn kinderen en kleinkinderen in Zeeland.

Ik voel me intens gelukkig en ben meteen besmet met het campervirus (zoals Frits dat zo mooi zegt). Wat een luxe.
Frits en Froukje zitten voorin, en ik kan helemaal mijn gang gaan. Ik ben de koning te rijk.
“Je hebt het verdiend,” zegt Froukje.
Dat had ze beter niet kunnen zeggen… stilletjes pink ik een traantje weg achterin mijn privé-taxi.

Rond half twaalf staan we voor de deur. Tessa van 4, doet open en springt letterlijk in mijn armen.
Even kijkt ze naar mijn hoofddoekje, maar zegt niets.

Frits en Froukje drinken nog een kopje koffie voordat ze verder reizen naar het zuiden.
Nog even houdt Froukje mijn jongste kleinkind van bijna acht weken vast.
Dat oergevoel van willen knuffelen… tederheid ten top.

Ik slaap bij Tessa op de kamer.
’s Ochtends hoor ik zachtjes:
“Oma… ben je wakker?”
“Mag ik bij oma liggen?”
Ze kruipt tegen me aan en trekt de deken over ons heen.

“Oma heeft een kaal hoofdje hè…” zegt ze, terwijl ze met haar kleine handje over mijn hoofd strijkt.
“Oma krijgt weer nieuw haar als oma beter is, hè?”
“Ja hoor lieverd,” zeg ik, “ik hoop dat ik net zulk mooi haar krijg als jij.”

Samen liggen we te giechelen in bed.

Deze week is genieten. Het vakantiegevoel, het mooie weer, de kinderen om me heen…
Wat wil een mens nog meer.

Vrijdag staan Frits en Froukje weer voor de deur om mij mee terug te nemen naar het noorden.
Mijn verjaardag, donderdag 6 september, vier ik dit jaar in Zeeland.
En ik weet zeker… het wordt gezellig. 

Jakobus 1:17
“Elke goede gave en elk volmaakt geschenk komt van boven, van de Vader van de lichten.”