Pagina's

zaterdag 29 juni 2013

♡ Troost is zo nodig

Mijn korte haar kam ik in model. Wat is het toch gemakkelijk, even een washandje erover en het zit.
Ik teken mijn wenkbrauwen wat bij en geef mijn wangen wat kleur. Klaar om weg te gaan.

“Goh joh, wat staat je dat goed, dat korte koppie. Staat je pittig,” hoor ik geregeld.
Maar ik voel me helemaal niet pittig.
Ik voel me zwak.

Niemand ziet dat het nog helemaal niet goed gaat.
Dat er een gat in mij zit. Geen lichamelijke pijn meer, maar mentale pijn.
Dat ik mijn leven niet weer op de rit krijg.
Dat ik bang ben, verward, soms boos en verdrietig.
Dat ik me alleen voel, omdat ik rouw om een vriend waar ik om gaf. 

“Het is nu toch al een tijdje geleden…”
Misschien denken mensen dat het wel weer over is.
Of denk ik dat ze dat denken.
Het is niet voor niets dat ik een tijd niet heb geschreven. Mijn vertelkraantje ging dicht… en langzaam vroor het dicht.

Niet zwak willen zijn, niet zeuren, geen aandacht willen vragen. Dat is mijn valkuil, maar ook mijn overleving.

Ik ben opgegroeid in een goed gezin, waar zeuren geen plek had. Troost werd, onbedoeld, niet altijd gegeven.
Dus bouwde ik een klein harnas.
Elke zondag neem ik dat harnas mee naar de kerk.
Het past inmiddels perfect.
En mijn muur… die tolereer ik ook. Het is immers mijn muur.
Het kleine meisje zit veilig daarachter.

Mijn muur hoef je niet met een moker neer te halen.
 
Hij is opgebouwd uit bevroren tranen.
Als er warmte komt, smelt hij vanzelf.
Maar ja… laat die warmte maar eens toe.
Wat is het moeilijk om troost te ontvangen als dat harnas in de weg zit.
Mensen vinden het moeilijk om er doorheen te prikken.

Mijn boosheid is immers de voorkant van mijn verdriet.

In de preek van zondag hoorde ik dat je boos mag zijn.
Dat er bij God troost is.
Dat Hij niet schrikt van onze emoties. Wij mensen vaak wel.

In de auto, op weg naar huis met mijn zus Anita, hebben we gehuild.
Het water van mijn bevroren muur begon te smelten.
Een klein stukje genezing. Een stukje troost.

Thuis pak ik het boek Eindelijk thuis van Henri Nouwen.
Hij schrijft over het schilderij van Rembrandt van Rijn, De terugkeer van de verloren zoon.
De handen van de vader…
Eén hand van troost,
en één hand die zegt: “Toe maar weer.”
Die handen heb ik nodig.
Bij God… en uiteindelijk ook bij mensen.

Ik zoek een lied op dat ik eerder hoorde.
Als de piano begint en de vrouw z8ingt, scheurt mijn muur open.
God, sus mij alstublieft…
zodat ik weer verder kan gaan,
zonder harnas en zonder muur.

Want dan ben ik wie ik écht ben:
gewoon Carolien,
Zijn geliefde kind.

zondag 17 maart 2013

♡ Reservoir van liefde

Het pannetje met witlof staat te pruttelen op het gas; vandaag wordt het witlofschotel met kaas, heerlijk. Het is inmiddels 18.10 uur en buiten is het prachtig. De dagen worden merkbaar langer, het ruikt zelfs al een beetje naar voorjaar. Even de schoenen uit, de benen op de tafel, en nadenken over deze dag.

Vanmiddag was ik even aan het werk, twee uurtjes onder mijn collega’s. Ik heb nog geen vaste plek achter de receptie, maar mag nu wat taken doen die bij me passen. Achter een vrije PC open ik mijn mailbox: 372 ongelezen berichten. Help! Dit laat zien dat het leven doorgaat, ook als ik er niet ben.

“Hey Carolien, wat leuk je te zien, hoe gaat het?” Een collega achter mij onderbreekt mijn gedachten. Ik schrik, zo diep zat ik in mijn eigen wereld.

“Tja, het gaat redelijk,” zeg ik kort. Ik wil nog niet teveel delen; het is nog zo wiebelig, het herstelproces voelt traag. Ze hadden me gewaarschuwd voor de periode na de chemotherapie: dat je in een gat kunt vallen. Ik dacht nog dat zal wel meevallen, maar ja… dat gat kwam inderdaad. Niet helemaal erin gevallen, maar eerder er zachtjes ingerold. Mijn lichaam wil nog niet wat mijn hoofd wil, en dat voelt isolerend, “ach laat mij maar”… Huh, had ik die uitdrukking niet eerder gebruikt in mijn blog? Ik scroll even terug: ja, op 22 juni, in het bericht “Kom en vlieg.” God zei toen: “Je hebt wat te vertellen.”

Ja, dat was ik. Mijn hart is groot, maar de laatste tijd voel ik me zo alleen.

De witlof is inmiddels klaar. Ik leg de stronkjes op het bord en strooi er wat kaas over. Terwijl ik voor de tv ga zitten en het journaal aanzet, denk ik na over de afgelopen weken. Heeft God gelijk gehad? Heb ik echt iets te vertellen? Het kooitje was lange tijd mijn veilige plek; doekje erover, niets laten zien. Was het trots? Angst om niet begrepen te worden? Of waren het de tranen die te hoog zaten om te laten zien? Pff, ingewikkeld.

Het moeilijke jaar werd nog zwaarder toen ik een paar weken terug een dierbare vriend verloor. Iemand met wie ik veel deelde, en die een grote leegte achterlaat. Dat was de druppel die me uit evenwicht bracht. Ik wilde alleen zijn met mijn verdriet… met van alles.

En toch… er is altijd een “toch” bij God. “Toch wil Ik jou gebruiken,” zegt Hij.

In mijn dagboek lees ik vandaag:

> “Als het lijkt alsof niemand je begrijpt, kom dan naar Mij. Verheug je in degene die je helemaal begrijpt en volmaakt van je houdt. Ik vul je met liefde, en zo wordt je een reservoir van liefde dat overstroomt naar anderen.”

O ja, zo werkt God. Ik hoef alleen maar te komen, me te laten vullen, en dan mag ik weer geven.

Mijn reservoir was leeg, langzaam leeggedruppeld. Ik weet weer hoe God werkt. Een plantje heeft water nodig om een boom te worden; ik heb Gods liefde nodig om een beter mens te worden in deze wereld, waar het niet alleen om mij draait.
Yes, ik ben er weer. 
En ik heb, denk ik, toch wat te vertellen.

Jesaja 58:11 HTB
“De HEER zal jou steeds leiden, en je dorstige ziel verzadigen; Hij zal je kracht geven en je voet stevig maken; je wordt als een tuin die water ontvangt.”


zondag 3 februari 2013

♡ Kankervrij – Praise the Lord

Afgelopen week had ik controle bij de oncoloog, spannend moment. Anneke en ik zitten in de wachtkamer, het was koud buiten. “Brr, ik hoop dat de arts warme handen heeft,” fluister ik en we grinniken samen. Even luchtig, want de spanning is voelbaar in mijn lijf. Mijn droge mond wordt weggelachen, ik ben er best goed in geworden.

De arts haalt ons en kijkt vriendelijk over zijn leesbril. “Hoe is het gegaan de laatste maanden?” vraagt hij. Ik wil eigenlijk direct de bloedwaarden weten, maar hij neemt rustig de tijd. Mijn energie komt langzaam weer terug, mijn lichaam herstelt. Het bloed ziet er prima uit, de zware kuur is goed doorstaan. Alleen mijn cholesterol vraagt nog wat aandacht.

Dan volgt het onderzoek. “Trek de bovenkleding maar even uit,” zegt hij met een charmant accent. Mijn pruik schuift mee, ik leg hem sierlijk op het kastje en glimlach verlegen. Het is een beetje gênant, maar hij maakt er geen probleem van. Alles wordt rustig gecontroleerd, en uiteindelijk zegt hij: “Het ziet er allemaal keurig uit. De pijn in de borst zijn naweeën van chemo en bestraling, dat kost tijd.” 

Aan het eind van het gesprek geeft hij me een stevige hand. “Je doet het heel goed, tot over een half jaar.” Binnenin borrelt een feestje. Mijn lijf voelt opgelucht, mijn hart is dankbaar. Ik ben kankervrij.
Praise the Lord.

Romeinen 8:37 (HTB)
"Maar in dit alles zijn wij meer dan overwinnaars door Hem die ons heeft liefgehad."

zondag 27 januari 2013

♡ Kleine wonderen in gewone dagen




De regen klettert tegen mijn achterkamerraam, het smeltende sneeuwslapje onder mijn voeten glibbert lekker mee. Mijn violen hangen er zielig bij, maar ik weet: straks schijnt de zon, en bloeien ze weer uitbundig – net zoals mijn haar dat langzaam terugkomt na de chemo. Jippie! Wendy heeft er een kleurtje in gezet, kort geknipt en donkerblond. Mijn oude ik kruipt stukje bij beetje weer tevoorschijn.

’s Avonds met een kopje koffie op de bank, zegt Wendy: “Mam, er komt All You Need Is Love op!” Tranen prikken achter mijn ogen. Een jonge vrouw vertelt hoe trots ze is op haar moeder, die niet lang meer te leven heeft. Iedereen kan zien dat kanker er een rol in speelt. Ook ik voel soms die angst, bang voor wat de toekomst brengt, bang dat ik iemand ga missen.

Maar tegelijk voel ik het: God zorgt. Voor mij, altijd. Regen, sneeuw, een klein bosje violen, mijn haar dat weer groeit… het zijn kleine wonderen die mijn hart vullen met warmte, hoop en vertrouwen. En ja, ik mag blijven lachen, ook al valt er soms een traan.

Vandaag geniet ik van de kleine dingen. Een warm kopje thee, het getik van de regen, een vrolijke glimlach van Wendy. Het leven geeft me die kleine lichtpuntjes, en ik kan er over dankbaar zijn

Uit mijn dagboekje:
                                  
 Langzaam houdt de regen op, en de zon begint weer te schijnen, ook in mijn hart.
    

dinsdag 15 januari 2013

♡ Even behoorlijk bezorgd

Vanaf de kerstdagen heb ik pijn in mijn linkerborst en ribben. Ik heb het geregeld laten controleren, maar telkens werd ik naar huis gestuurd: overbelasting van mijn grote borstspier door fysiotherapie, misschien wat spanning erbij?

 Spanning… ik? Onmogelijk…😊

De pijn bleef aanhouden. Vorige week dinsdag, bij de Aldi, kreeg ik bij het tillen van mijn boodschappenkistje zulke pijnscheuten dat ik met dichtgeknepen ogen in de auto zat te wachten tot het wegtrok. Ik dacht: dit trek ik niet langer, en ben direct naar de huisarts gegaan.

Ook hij vermoedde spierpijn en naweeën van de bestralingen. Maar mijn ribben maakten me bezorgd. “Als het over twee weken niet over is, moet je terugkomen,” zei hij. Ik vroeg hem of kanker zo snel terug kon komen na de behandeling. Hij keek me aan: “Ja, dat kan, maar ik ga niet van het ergste uit. Het zal wel spierpijn zijn. Laten we een foto maken, dan weten we het zeker.”

De volgende dag de foto, en toen begon het wachten. Dagen die oneindig leken. Donderdagavond belde mijn vriendin nog over een soortgelijk verhaal van haar collega, daar was de kanker heel snel terug, mijn hart klopte sneller.

En toen, plotseling, belt de huisarts: “Het is allemaal goed, helemaal geen uitzaaiingen, helemaal schoon.” Ik kon hem bijna door de telefoon heen zoenen. De pijn blijft, maar het lijkt overbelasting en de naweeën van de bestraling.

De volgende dag mocht ik zware paracetamol met codeïne ophalen, want de pijn is er nog steeds. Spanning? Ja, flink gehad de laatste dagen. Maar ik leer mijn lichaam opnieuw te vertrouwen. Stap voor stap.