Pagina's

vrijdag 23 november 2012

♡ Chemokuur 6, de laatste !!



Maandagmorgen werd ik wakker van het zoemen van mijn wekker.
Ik druk hem uit… het is nog zo vroeg.
Als ik het gordijn een stukje opzij schuif om naar buiten te kijken, ben ik verrast.
“Ach…” fluister ik, “wat mooi.”
Alles is wit, het heeft gevroren. Zelfs mijn auto is helemaal bevroren.
Brr… ik hoef niet te krabben om naar mijn werk te gaan.
Hoewel ik dat natuurlijk veel liever zou doen dan mijn laatste chemokuur ondergaan.
Heel gemeen misschien… maar ik kruip nog even onder de wol.

Als ik me klaarmaak en in de spiegel kijk, zie ik het:
ik ben moe.
Zelfs met make-up en mijn pruik ben ik niet de oude Carolien.
Geen visitekaartje voor achter de receptiebalie bij In de Bres.
Gelukkig zitten daar andere prachtige vrouwen.

Beneden maak ik mijn ontbijt klaar. Tijdens het maken van mijn budwigpapje hoor ik de eerste berichtjes al binnenkomen.
Mailtjes, appjes… reacties op mijn blog.
Wat een techniek.
En wat bijzonder dat mensen zo vroeg aan me denken – en voor mij bidden.

Ik neem mijn medicijnen en ga zitten met een kop koffie.
Even tijd met God.
Mijn bijbeltje ligt voor me, gehavend, vol ezelsoren en onderstreepte teksten.
Dat boek is als brood voor mij.
Als mijn ziel honger heeft, pak ik Zijn Woord.

Voordat ik naar het ziekenhuis ga, rijd ik nog even met mijn zus Anita langs de winkel om wat lekkers te halen voor de zusters.
Het is immers een beetje feest vandaag… mijn laatste chemokuur.
Fennie is er weer. Dat voelt vertrouwd.

Het infuus zit in één keer goed. Geen pijn.
Wat ben ik blij.
Dinsdag word ik wakker met vuurrode wangen – een bijwerking van de chemo.
Ik zie eruit als een gezonde boerendochter.
Toch voel ik me goed genoeg om even een boodschapje te doen.

Woensdag komt de keelpijn en lichte hoofdpijn.
Donderdag volgt de spierpijn… mijn hele lichaam doet zeer.
Ik ben gewoon helemaal op.
Maar… het zit erop.
Niet over drie weken weer.
Mijn collega’s zeiden steeds: “Je kunt het.”
En ze hadden gelijk.
Het is me gelukt. 


Psalm 119:105
Uw woord is een lamp voor mijn voet
en een licht op mijn pad.

maandag 19 november 2012

♡ Met groene nagels naar de finish




Het is zover… mijn laatste chemokuur. Niet helemaal fris en fruitig, maar met groene nagels en een flinke dosis doorzettingsvermogen ga ik ervoor.

Maandag 19 november 2012 om 11.00 uur: mijn zesde chemokuur… mijn laatste. Yes!

De bijwerkingen van de vijfde kuur zijn nog duidelijk aanwezig. Vermoeidheid waar je “u” tegen zegt en… groene nagels. Ja echt. Geen groene vingers (die had ik al 😉), maar groene nagels. Het blijft bijzonder wat zo’n lichaam allemaal doormaakt.

Mijn ogen tranen regelmatig en zien er moe uit. Mijn wenkbrauwen zijn een beetje op vakantie en mijn mascara doet dapper zijn best om nog iets van charme terug te brengen.

Blij dat ik een vrouw ben en dit soort hulpmiddelen heb.

En dan de voordelen: geen ongewenste haartjes meer, nergens. Mijn hoofdhuid glimt gezellig mee onder de douche. Alles went… zelfs een kaal hoofd. Echt geschrokken ben ik er nooit van, maar ik kijk er wel naar uit dat het weer terugkomt. Scheelt voorlopig wel in de kapperskosten.

Woensdag was ik bij vrienden. Marianne had heerlijk gekookt en samen met Wim zat ik aan tafel. Eten, warmte, vriendschap… wat kan een mens daar van opknappen.

En toch… het blijft wisselen. Het ene moment voel ik me sterk, het volgende moment ben ik helemaal leeg. Vanmiddag was zo’n moment. De afgelopen dagen waren emotioneel en dat hakt erin. Die vermoeidheid is zo machteloos. Ik wil er niet aan toegeven… maar soms moet dat gewoon.

Er kwamen wat tranen. Gelukkig was Wendy er, mijn jongste, en ze was precies wat ik nodig had.

Morgen de laatste kuur. Willen jullie voor me bidden? Dat alles goed mag gaan en dat de bijwerkingen meevallen.

Het blijft zo bijzonder hoeveel mensen met me meeleven.
Ik voel me gedragen. Echt gedragen. Dank jullie wel.

Ik ben er nog niet helemaal, maar dit hoofdstuk mag ik afsluiten. In het begin was ik zo bang voor de chemo… echt bang. Ik dacht: dit overleef ik niet. Maar achteraf moet ik zeggen dat het me, stap voor stap, toch gegeven is en dat het te doen was. Gedragen, stap voor stap, tot aan de finish.

zaterdag 3 november 2012

♡ Chemokuur 5

Zaterdagmorgen, half 9, trek ik de gordijnen van mijn slaapkamer open. Het is rustig buiten. Grijze wolken schuiven langzaam langs elkaar heen. Wat liggen er al veel bladeren op de grond! Het is een schilderij van kleuren. Wat zal ik vandaag eens gaan doen? Eerst maar even onder de douche.

Na mijn ontbijt neem ik plaats aan mijn grote eettafel, mijn voeten lekker op de verwarming. Ik pak het kalendertje van Max Lucado en lees de dagtekst. Daar moet ik even over nadenken.
Mijn blik valt over mijn tuintje: de eenjarige bacopa doet nog zo vreselijk zijn best. Ondanks dat ik er niks aan doe, heeft het witte plantje een enorme aantrekkingskracht op mij.

Gisteren kreeg ik van Frits en Froukje een mooie bak met winterviolen. Heerlijk, ik hoop dat ze de hele winter bloeien.
Ik zoek inspiratie voor dit nieuwe bericht; er is zo weinig gebeurd de laatste week.

Oeps, toch wel: maandag had ik mijn vijfde chemokuur.
Ik was de eerste dagen vitaal, maar woensdag kwam de man met de hamer. Ze hadden me gewaarschuwd dat de bijwerkingen pas een paar dagen later zouden optreden, maar het is raar: je verwacht het dan gewoon niet meer.

Woensdagavond deed mijn hele lichaam pijn en de hele nacht had ik bonkende hoofdpijn. Ook donderdag was zwaar. Ik voelde me alleen en begin te ontdekken dat het bij het proces hoort. Niemand is daar schuldig aan, alles begint gewoon te worden. Zelfs ik begin eraan te wennen dat het stil wordt om mij heen. Ja, zo werkt het: een knokpartij die alleen jou aangaat.

Uiteindelijk belde ik mijn zus of ze langs wilde komen. Ook zij is alleen en weet heel goed hoe dat voelt.
In dit proces mag ik leren relativeren: wat deed ik voor een ander toen ik gezond was? Ging ik bij zieken op bezoek? En dan kom je tot de ontdekking dat ik daarin ook tekortgeschoten ben.

De verwoestende kracht van zelfmedelijden, die je niet verderbrengt als je denkt “laat mij maar, ik kruip weg in mijn kooitje”, vraagt dat je jezelf een schop onder de kont geeft en zegt: Vooruit, Carolien…

Dus ik kroop op de fiets en haalde garen. Ik ga iets moois maken voor mijn dochter in Zeeland, die altijd zo brocant bezig is en alles wat gehaakt is een bijzondere plek geeft. Of voor mijn andere dochter, die graag gehaakte bloemetjes op truitjes wil voor de kleine meid.

Onderweg kom ik allerlei bekenden tegen, die me aankijken, zelfs nakijken. Blijkbaar begin ik er toch anders uit te zien… geeft niks.
Dan zie ik een moeder lopen met een kind in een rolstoel, zwaar gehandicapt. In haar ogen zie ik wanhoop en eenzaamheid. Wat is het toch raar hoe je weer met beide benen op de grond komt te staan als je ellende ziet die zwaarder is. Als ik de moeder en het kind laat voorgaan in een winkel, kruisen onze blikken elkaar; ik lach naar haar en bid in gedachten voor moed en vreugde voor hen.
Onderweg naar huis besef ik: het gaat helemaal niet zozeer om mij.
Als ik mijn tuinpad op fiets en de bacopa zie bloeien, en mijn warme huisje binnenstap, is mijn gevoel van zelfmedelijden verdwenen als