Tijdens een korte wandeling op de zondagmiddag voelde ik me niet lekker.
Ik kreeg druk op mijn borst, die uitstraalde naar mijn armen.
Dit is menens, dacht ik gelijk.
Het drukkende gevoel had ik al vaker opgemerkt, maar er geen aandacht aan besteed.
Na een telefoontje lag ik binnen een uur in de ambulance, onderweg naar het ziekenhuis.
De cardioloog gaat naast mijn bed op een stoel zitten.
Ze kijkt mij aan en zegt:
"Er zitten twee kransslagaders voor 98% dicht."
"Dat meen je niet," zei ik nog.
Ze knikte.
"Ja, daar moeten we op korte termijn iets aan doen.
We zullen je meteen op een wachtlijst zetten."
Wachtlijst? Hoezo?
Mijn hart kan het opgeven!
Die weken voelden als een eeuwigheid.
Mijn geduld werd getest.
Maar voor mij kwam het op tijd, want ik kreeg twee stents en een enorme boost aan energie.
Wat een genade.
God heeft mij wederom gespaard, en ik mag leven.
Al bezwijkt mijn hart en vergaat mijn lichaam,
de rots van mijn bestaan, al wat ik heb, is God,
nu en altijd.
Psalm 73:26