Het pannetje met witlof staat te pruttelen op het gas; vandaag wordt het witlofschotel met kaas, heerlijk. Het is inmiddels 18.10 uur en buiten is het prachtig. De dagen worden merkbaar langer, het ruikt zelfs al een beetje naar voorjaar. Even de schoenen uit, de benen op de tafel, en nadenken over deze dag.
Vanmiddag was ik even aan het werk, twee uurtjes onder mijn collega’s. Ik heb nog geen vaste plek achter de receptie, maar mag nu wat taken doen die bij me passen. Achter een vrije PC open ik mijn mailbox: 372 ongelezen berichten. Help! Dit laat zien dat het leven doorgaat, ook als ik er niet ben.
“Hey Carolien, wat leuk je te zien, hoe gaat het?” Een collega achter mij onderbreekt mijn gedachten. Ik schrik, zo diep zat ik in mijn eigen wereld.
“Tja, het gaat redelijk,” zeg ik kort. Ik wil nog niet teveel delen; het is nog zo wiebelig, het herstelproces voelt traag. Ze hadden me gewaarschuwd voor de periode na de chemotherapie: dat je in een gat kunt vallen. Ik dacht nog dat zal wel meevallen, maar ja… dat gat kwam inderdaad. Niet helemaal erin gevallen, maar eerder er zachtjes ingerold. Mijn lichaam wil nog niet wat mijn hoofd wil, en dat voelt isolerend, “ach laat mij maar”… Huh, had ik die uitdrukking niet eerder gebruikt in mijn blog? Ik scroll even terug: ja, op 22 juni, in het bericht “Kom en vlieg.” God zei toen: “Je hebt wat te vertellen.”
Ja, dat was ik. Mijn hart is groot, maar de laatste tijd voel ik me zo alleen.
De witlof is inmiddels klaar. Ik leg de stronkjes op het bord en strooi er wat kaas over. Terwijl ik voor de tv ga zitten en het journaal aanzet, denk ik na over de afgelopen weken. Heeft God gelijk gehad? Heb ik echt iets te vertellen? Het kooitje was lange tijd mijn veilige plek; doekje erover, niets laten zien. Was het trots? Angst om niet begrepen te worden? Of waren het de tranen die te hoog zaten om te laten zien? Pff, ingewikkeld.
Het moeilijke jaar werd nog zwaarder toen ik een paar weken terug een dierbare vriend verloor. Iemand met wie ik veel deelde, en die een grote leegte achterlaat. Dat was de druppel die me uit evenwicht bracht. Ik wilde alleen zijn met mijn verdriet… met van alles.
En toch… er is altijd een “toch” bij God. “Toch wil Ik jou gebruiken,” zegt Hij.
In mijn dagboek lees ik vandaag:
> “Als het lijkt alsof niemand je begrijpt, kom dan naar Mij. Verheug je in degene die je helemaal begrijpt en volmaakt van je houdt. Ik vul je met liefde, en zo wordt je een reservoir van liefde dat overstroomt naar anderen.”
O ja, zo werkt God. Ik hoef alleen maar te komen, me te laten vullen, en dan mag ik weer geven.
Mijn reservoir was leeg, langzaam leeggedruppeld. Ik weet weer hoe God werkt. Een plantje heeft water nodig om een boom te worden; ik heb Gods liefde nodig om een beter mens te worden in deze wereld, waar het niet alleen om mij draait.
Yes, ik ben er weer.
En ik heb, denk ik, toch wat te vertellen.
Jesaja 58:11 HTB
“De HEER zal jou steeds leiden, en je dorstige ziel verzadigen; Hij zal je kracht geven en je voet stevig maken; je wordt als een tuin die water ontvangt.”